Voor mijn werk kom ik tijdens intakes nogal eens bij de allochtone medemens over de vloer en ik moet zeggen dat ik dol ben op het afleggen van deze huisbezoeken. Uiteraard niet zonder reden!
Doorgaans word ik namelijk uiterst hartelijk bij de mensen thuis ontvangen. Dat deze of gene soms de ganse ochtend in de keuken heeft doorgebracht om iets lekkers bij de koffie of thee te kunnen serveren, blijft niet onopgemerkt wanneer ik de volledig gevulde salontafel met taartjes, cakejes en koekjes aanschouw. Het minste wat ik kan doen is mijzelf de moedige taak toebedelen van alle verschillende lekkernijen er toch minimaal eentje te proeven. Als zoetekauw bij uitstek vind ik dit echter geen straf te noemen. Toch slaag ik - onder toeziend teleurgesteld oog der versnaperingschepper - helaas niet altijd in mijn streven.
Vandaag echter zit ik met voorbedachten rade met een lege maag op de bank en krijg ik niets (dat zul je altijd zien!). Op mijn bordje vind ik vijf minuten na binnenkomst louter een schrikbarende berg aan beschuldigingen. Ik zou onmenselijk zijn, iedere ‘buitenlander’ over één kam scheren en deze mevrouw persoonlijk niet op waarde weten te schatten.
Ik flapper wat met mijn oren, ga rechtop zitten en weersta de verleiding om mezelf direct te verdediging. Me vermannen tegen deze vloedstroom aan vooroordelen valt me zwaarder dan ik had gedacht. Zonder aanzien des persoons word ik in de hoek gezet, aangeklaagd. Naar mijn weten heb ik deze intelligente en welbespraakte dame nooit eerder ontmoet, maar zowaar begin ik ernstig aan mijn geheugen te twijfelen.
De onmacht die ik ervaar raakt me, want ik voel aan alles dat wat ik ook inbreng tegen de aantijgingen die mij ten laste worden gelegd, ik geen schijn van kans maak tot haar door te dringen. Beschermd als mijn leven zich tot nog toe aan mij heeft ontvouwt, is dit de eerste keer dat me zoiets overkomt. Zij daarentegen heeft jarenlang weinig anders ervaren. En ineens kan ik het me voorstellen. Hoe je jezelf in den beginne nog vol goede moed weert tegen het gereduceerd worden tot je culturele achtergrond en een poging doet het ‘wij/zij-onderscheid’ te nuanceren. Maar na keer op keer de grenzen van de Nederlandse tolerantie te zijn tegen gekomen, de frustratie ongewild en nooit verwacht de overhand neemt.
Ik vertel haar mijn gedachten en langzaam maar gestaag ontdooit zij. Dat haar achterdocht na een lang doch inspirerend gesprek tanende is, concludeer ik uit de reeks zoetigheden die uiteindelijk dan toch nog ter tafel verschijnt. Met daarbij haar welgemeende excuses dat het niet van eigen hand is.
GROWTH The only thing Constant in this world Is Change That's Why Today I take life as it comes
dinsdag 7 april 2009
vrijdag 3 april 2009
Het is ook nooit goed!
Gezeten op een terrasje in een lente-achtig zonnetje heb ik hem zojuist verteld dat mijn werk zich voor het grootste deel richt op de inburgering van vluchtelingen en migranten. Suggestief stelt hij mij prompt de vraag of ik de inburgering in haar huidige vorm als iets ´nuttigs´ zie. Ik voel dat mijn wenkbrauwen zich fronsen, waarna ik mijn gesprekspartner geruststellend op het hart druk dat ik mij niet 32 uur per week in zou zetten voor iets wanneer ik zelf niet in het nut ervan geloof.
Ik ben niet achterlijk en zie ook wel in dat voor sommige mensen die de Nederlandse taal al jaren beheersen, volop deelnemen aan de Nederlandse samenleving, maar toevallig nog net geen Nederlandse nationaal paspoort bezitten de inburgering enigszins betuttelend is. Maar voor het gros van de inburgeringsplichtigen is het zo ongelofelijk hard nodig. En stiekem weten we dat ook allemaal wel, niet voor niets zitten we immers zonder enig inlevingsvermogen aan de dag te leggen voortdurend te zeiken en zaniken over het feit dat ´allochtonen´ toch zo verdomd slecht geïntegreerd zijn in Nederland.
Maar op het moment dat er dan een plan wordt bedacht om die integratie te bevorderen dan verschuift onze (cultureel bepaalde?) drang om te zeuren zich plotseling van richting.
Zo stond dinsdag 31 maart een stuk in de Volkskrant te lezen met als titel: “inburgeraar knel tussen de formulieren”. Het handelde over het praktijkonderdeel van de inburgering waarvoor inburgeraars een portfolio moeten samenstellen met bewijsstukken dat zij zich in de Nederlandse taal in uiteenlopende situaties in de Nederlandse samenleving weten te redden. De verdere inhoud van het stuk laat zich raden daar het een kopie is van al die andere stukken die doorgaans in de media verschijnen over dit onderwerp.
In plaats van eens te benadrukken dat inburgeraars hun stinkende best doen zichzelf te overwinnen en de wijde Nederlandse wereld intrekken om gesprekjes met stugge ambtenaren, bankmedewerkers of onderwijzers aan te gaan, wordt er louter afgegeven op het systeem dat niet deugt. Blijkbaar is schrijfster niet op de hoogte van het feit dat er voor mensen die reeds voldoende bekend zijn met het reilen en zeilen in Nederland een prima alternatief bestaat. Zij hoeven niet langs de deuren te leuren om 30 bewijzen te verzamelen voor een portfolio, maar kunnen gewoon assessments doen. Ter info dan maar meteen: assessments zijn op werkelijke situaties gebaseerde rollenspelen die door een exameninstelling worden afgenomen.
Grappen over instanties die niet mee willen werken en geen tijd hebben voor deze ‘onzin’ worden aaneengeregen terwijl ook wel eens opgemerkt mag worden dat integratie van twee kanten moet komen (wat zeg ik: van 16.496.076 kanten) en dat het schandalig is dat Nederlanders alsmaar lopen te jengelen over integratie maar als puntje bij paaltje komt zelf te star zijn om hieraan ook maar enige medewerking te verlenen. Het is ook nooit goed, lijkt wel.
Ik beweer niet dat het gemakkelijk is, integratie is een lastig en pijnlijk proces, dit geldt voor zowel nieuwkomers als voor autochtone Nederlanders. Maar met een beetje welwillendheid van beide kanten, moet het toch lukken. Immers, uiteindelijk willen we in wezen toch allemaal hetzelfde?
Zullen we daarom ophouden met zeuren en beginnen ons samen in te zetten? Dan wens ik u verder een prettige samenleving toe!
Ik ben niet achterlijk en zie ook wel in dat voor sommige mensen die de Nederlandse taal al jaren beheersen, volop deelnemen aan de Nederlandse samenleving, maar toevallig nog net geen Nederlandse nationaal paspoort bezitten de inburgering enigszins betuttelend is. Maar voor het gros van de inburgeringsplichtigen is het zo ongelofelijk hard nodig. En stiekem weten we dat ook allemaal wel, niet voor niets zitten we immers zonder enig inlevingsvermogen aan de dag te leggen voortdurend te zeiken en zaniken over het feit dat ´allochtonen´ toch zo verdomd slecht geïntegreerd zijn in Nederland.
Maar op het moment dat er dan een plan wordt bedacht om die integratie te bevorderen dan verschuift onze (cultureel bepaalde?) drang om te zeuren zich plotseling van richting.
Zo stond dinsdag 31 maart een stuk in de Volkskrant te lezen met als titel: “inburgeraar knel tussen de formulieren”. Het handelde over het praktijkonderdeel van de inburgering waarvoor inburgeraars een portfolio moeten samenstellen met bewijsstukken dat zij zich in de Nederlandse taal in uiteenlopende situaties in de Nederlandse samenleving weten te redden. De verdere inhoud van het stuk laat zich raden daar het een kopie is van al die andere stukken die doorgaans in de media verschijnen over dit onderwerp.
In plaats van eens te benadrukken dat inburgeraars hun stinkende best doen zichzelf te overwinnen en de wijde Nederlandse wereld intrekken om gesprekjes met stugge ambtenaren, bankmedewerkers of onderwijzers aan te gaan, wordt er louter afgegeven op het systeem dat niet deugt. Blijkbaar is schrijfster niet op de hoogte van het feit dat er voor mensen die reeds voldoende bekend zijn met het reilen en zeilen in Nederland een prima alternatief bestaat. Zij hoeven niet langs de deuren te leuren om 30 bewijzen te verzamelen voor een portfolio, maar kunnen gewoon assessments doen. Ter info dan maar meteen: assessments zijn op werkelijke situaties gebaseerde rollenspelen die door een exameninstelling worden afgenomen.
Grappen over instanties die niet mee willen werken en geen tijd hebben voor deze ‘onzin’ worden aaneengeregen terwijl ook wel eens opgemerkt mag worden dat integratie van twee kanten moet komen (wat zeg ik: van 16.496.076 kanten) en dat het schandalig is dat Nederlanders alsmaar lopen te jengelen over integratie maar als puntje bij paaltje komt zelf te star zijn om hieraan ook maar enige medewerking te verlenen. Het is ook nooit goed, lijkt wel.
Ik beweer niet dat het gemakkelijk is, integratie is een lastig en pijnlijk proces, dit geldt voor zowel nieuwkomers als voor autochtone Nederlanders. Maar met een beetje welwillendheid van beide kanten, moet het toch lukken. Immers, uiteindelijk willen we in wezen toch allemaal hetzelfde?
Zullen we daarom ophouden met zeuren en beginnen ons samen in te zetten? Dan wens ik u verder een prettige samenleving toe!
donderdag 2 april 2009
Winkelmandjes
Welgeteld 1 blik knakworsten, cervelaat voor op de boterham, leverworst en 2 verse worsten. Het ligt allemaal in het winkelmandje van één en dezelfde meneer.
Een volgende blik in het mandje van een mevrouw naast mij bij de zuivel laat een geheel andere - laat ik zeggen - levensstijl zien. 1 appel (waarom koopt iemand 1 appel in de supermarkt?), een krop sla, 2 tomaatjes en nu net is daar een pak magere yoghurt bijgekomen.
Rustig loop ik verder.
Een rol beschuit..
Ik kijk op en geloof dat ik met de lange, slanke man naast me wel een bescheiden beschuitje zou willen eten. Ware het niet dat er naast de rol beschuit nog 9 rollen liggen alsmede 5 pakken roze muisjes. Ik feliciteer de van oor tot oor stralende jongeman daarom maar van harte en onthoud mij van verdere charmeoffensieven.
De mevrouw achter de kassa heeft geen mandje met boodschappen op basis waarvan ik een lekker ongenuanceerde karakterschets in mijn hoofd kan maken. Toch heb ik zo mijn vermoedens. Ze zeggen wel eens dat mensen gaan lijken op het voedsel dat ze tot zich nemen.
Een mens is wat ie eet.
Ik reken mijn 3-voor-de-prijs-van-2-chocoladerepen, net perssinaasappelen, cup-a-soup, zak voorgesneden wokgroenten, verse koriander, winterpeen en gerookte amandelen af terwijl ik me bedenk op welk product ikzelf het meeste ben gaan lijken in de loop der jaren.
Een volgende blik in het mandje van een mevrouw naast mij bij de zuivel laat een geheel andere - laat ik zeggen - levensstijl zien. 1 appel (waarom koopt iemand 1 appel in de supermarkt?), een krop sla, 2 tomaatjes en nu net is daar een pak magere yoghurt bijgekomen.
Rustig loop ik verder.
Een rol beschuit..
Ik kijk op en geloof dat ik met de lange, slanke man naast me wel een bescheiden beschuitje zou willen eten. Ware het niet dat er naast de rol beschuit nog 9 rollen liggen alsmede 5 pakken roze muisjes. Ik feliciteer de van oor tot oor stralende jongeman daarom maar van harte en onthoud mij van verdere charmeoffensieven.
De mevrouw achter de kassa heeft geen mandje met boodschappen op basis waarvan ik een lekker ongenuanceerde karakterschets in mijn hoofd kan maken. Toch heb ik zo mijn vermoedens. Ze zeggen wel eens dat mensen gaan lijken op het voedsel dat ze tot zich nemen.
Een mens is wat ie eet.
Ik reken mijn 3-voor-de-prijs-van-2-chocoladerepen, net perssinaasappelen, cup-a-soup, zak voorgesneden wokgroenten, verse koriander, winterpeen en gerookte amandelen af terwijl ik me bedenk op welk product ikzelf het meeste ben gaan lijken in de loop der jaren.
zondag 29 maart 2009
Kleine moeite
Het scala aan rommel is divers te noemen. Wikkels van chocoladerepen, pakken koekjes, folders die blijkbaar niemand wilde, een half aangevreten stuk loempia en de plastic witte frietbakjes met overgebleven klodders mayo niet te vergeten.
De reinigingsdienst komt langzaam in beweging en het klopt, over een uurtje is het hier allemaal weer spik en span. En toch begrijp ik niet hoe mensen al dat afval zo achteloos op de grond kunnen laten vallen wanneer zij er toevallig klaar mee zijn. Zelf heb ik er al moeite mee me te ontdoen van een lollystokje. Ik kan daar tientallen minuten lang mee rondstruinen, terwijl ik ondertussen druk in conclaaf ben met mijn geweten.
Waarom ruimen mensen hun rommel niet gewoon netjes op? Waarom neemt iemand die vertrekt de pijn die hij achterlaat niet gewoon netjes met zich mee?
De reinigingsdienst komt langzaam in beweging en het klopt, over een uurtje is het hier allemaal weer spik en span. En toch begrijp ik niet hoe mensen al dat afval zo achteloos op de grond kunnen laten vallen wanneer zij er toevallig klaar mee zijn. Zelf heb ik er al moeite mee me te ontdoen van een lollystokje. Ik kan daar tientallen minuten lang mee rondstruinen, terwijl ik ondertussen druk in conclaaf ben met mijn geweten.
Waarom ruimen mensen hun rommel niet gewoon netjes op? Waarom neemt iemand die vertrekt de pijn die hij achterlaat niet gewoon netjes met zich mee?
woensdag 25 maart 2009
Zwaaien
Dan reed ze met haar tachtig jaren de hoek om
Heel geconcentreerd, maar wiebelig
Beide handen aan het stuur
Om snel eventjes los te laten
En heen en weer te wuiven voor het autoraampje
Ik zwaai naar mijn broer
En zie hoe hij haar nadoet
Terwijl hij langzaam wegrijdt
Tijden vervliegen
Herinneringen nooit
Heel geconcentreerd, maar wiebelig
Beide handen aan het stuur
Om snel eventjes los te laten
En heen en weer te wuiven voor het autoraampje
Ik zwaai naar mijn broer
En zie hoe hij haar nadoet
Terwijl hij langzaam wegrijdt
Tijden vervliegen
Herinneringen nooit
Kwetsbare kracht
“Niet zwelgen in zelfmedelijden”. Een veelgehoorde opmerking tijdens mijn jeugd. En zo leerde ik om niet met een zak over mijn hoofd in een hoekje te gaan zitten kniezen, maar er zelf de schouders onder te zetten. Het heeft mij gevormd tot de krachtige en onafhankelijke jonge vrouw die ik nu ben.
Onlangs echter, werd mij voor de voeten geworpen dat ik zo onaantastbaar leek, niemand nodig leek te hebben. Het tot dan toe door mij als compliment ervaren stempel ‘krachtig’ kwam hierdoor ineens in een ander daglicht te staan. Krachtig zijn als mens zit niet in sterk en stoer zijn, alles alleen oplossen en geen hulp vragen. Echt krachtige mensen zijn zij die zich kwetsbaar weten en hier uiting aan durven te geven.
En zo hoop ik op een goede dag bevriend te raken met mijn onzekerheden, mij moedig in plaats van zwak te voelen wanneer ik mijn eigen angsten recht in de bevende blauwe ogen kijk.
Onlangs echter, werd mij voor de voeten geworpen dat ik zo onaantastbaar leek, niemand nodig leek te hebben. Het tot dan toe door mij als compliment ervaren stempel ‘krachtig’ kwam hierdoor ineens in een ander daglicht te staan. Krachtig zijn als mens zit niet in sterk en stoer zijn, alles alleen oplossen en geen hulp vragen. Echt krachtige mensen zijn zij die zich kwetsbaar weten en hier uiting aan durven te geven.
En zo hoop ik op een goede dag bevriend te raken met mijn onzekerheden, mij moedig in plaats van zwak te voelen wanneer ik mijn eigen angsten recht in de bevende blauwe ogen kijk.
maandag 23 maart 2009
Robot
"Dus die robot stapt de kamer bij me binnen - hij had wel netjes geklopt hoor van tevoren - loopt naar me toe, houdt een of ander moertje voor mijn neus en vraagt...
hoe heet zo'n ding nu ook es weer?"
hoe heet zo'n ding nu ook es weer?"
vrijdag 20 maart 2009
Bijna lente
De deuren van de trein zwaaien monter open.
Bleke gezichten worden verwelkomd door de eerste zonnenstralen van de lente. Ogen worden dichtgeknepen, maar de monden lachen stuk voor stuk.
Langzaam voel ik de neiging in mezelf opborrelen deze vrolijke mensen te groeten. Wij passeren elkaar rakelings en dat lijkt mij reden genoeg mijn gevoel eens niet te onderdrukken maar zonder verder nadenken te volgen.
Voor ik het goed en wel in de gaten heb, hoor ik mezelf "goedendag" zeggen en hoewel ik door mijn omstanders wat vreemd wordt aangekeken, krijg ik er zelf deste meer plezier in. De een na de ander ontvangt mijn groet. Mijn simpele initiatief kan rekenen op wederhoor:
"Oh hallo"
"Gezellig hoor"
"Zie ik je morgen weer?"
Maar voor ik een antwoord heb kunnen formuleren, sluiten de deuren zich voor mijn neus. Mij afscheidend van de prille zonnestralen daarbuiten. Voldaan ga ik zitten en wanneer ik uit het raampje kijk, zie ik dat ik word uitgezwaaid door een van hen met wie ik zojuist buiten voor binnen ruilde.
Dag!
Bleke gezichten worden verwelkomd door de eerste zonnenstralen van de lente. Ogen worden dichtgeknepen, maar de monden lachen stuk voor stuk.
Langzaam voel ik de neiging in mezelf opborrelen deze vrolijke mensen te groeten. Wij passeren elkaar rakelings en dat lijkt mij reden genoeg mijn gevoel eens niet te onderdrukken maar zonder verder nadenken te volgen.
Voor ik het goed en wel in de gaten heb, hoor ik mezelf "goedendag" zeggen en hoewel ik door mijn omstanders wat vreemd wordt aangekeken, krijg ik er zelf deste meer plezier in. De een na de ander ontvangt mijn groet. Mijn simpele initiatief kan rekenen op wederhoor:
"Oh hallo"
"Gezellig hoor"
"Zie ik je morgen weer?"
Maar voor ik een antwoord heb kunnen formuleren, sluiten de deuren zich voor mijn neus. Mij afscheidend van de prille zonnestralen daarbuiten. Voldaan ga ik zitten en wanneer ik uit het raampje kijk, zie ik dat ik word uitgezwaaid door een van hen met wie ik zojuist buiten voor binnen ruilde.
Dag!
donderdag 19 maart 2009
Bezieling
Daar ik leef om mezelf te verbeteren
Ren ik vanochtend in mijn hippe sportpakje bijna mezelf voorbij
Ieder zijn passie...
Kris kras baan ik me een weg door het knusse Kronenburgerpark
Mijn loopritme wordt heden ochtend ondersteund door muziek
Open air
Geheel acoustisch
Eenmaal boven blijk ik enig toehoorder van een solo-optreden
Man met trompet op een bankje gezeten
Volledig gepassioneerd zit hij aldaar
knoertehard te toeteren.
Ren ik vanochtend in mijn hippe sportpakje bijna mezelf voorbij
Ieder zijn passie...
Kris kras baan ik me een weg door het knusse Kronenburgerpark
Mijn loopritme wordt heden ochtend ondersteund door muziek
Open air
Geheel acoustisch
Eenmaal boven blijk ik enig toehoorder van een solo-optreden
Man met trompet op een bankje gezeten
Volledig gepassioneerd zit hij aldaar
knoertehard te toeteren.
woensdag 11 maart 2009
Dromenland
Ik zoek naar jou in dromenland...
Ren haastig door de bossen
Vlieg jachtig over dalen
En terwijl de heuvels aan me voorbij trekken
Zie ik ineens mezelf staan
Door roze wolken omringd
Op het dak van een gek gebouw
Turend naar beneden
Op zoek naar een glimp
Ik pluk vast bloemen onderweg
Aan flora geen gebrek in dromenland
Paars, groen, rood en wit
Die zijn dan voor jou als ik je aanstonds tegenkom
Zullen we dan samen naar het strand gaan
Ik heb een mooie grote nieuwe vlieger
Met allemaal kleine vlindertjes erop
Die eenmaal in de lucht
Olijk samen zweven
Net als jij & ik
Als ik je strakjes vind
In dromenland
Ren haastig door de bossen
Vlieg jachtig over dalen
En terwijl de heuvels aan me voorbij trekken
Zie ik ineens mezelf staan
Door roze wolken omringd
Op het dak van een gek gebouw
Turend naar beneden
Op zoek naar een glimp
Ik pluk vast bloemen onderweg
Aan flora geen gebrek in dromenland
Paars, groen, rood en wit
Die zijn dan voor jou als ik je aanstonds tegenkom
Zullen we dan samen naar het strand gaan
Ik heb een mooie grote nieuwe vlieger
Met allemaal kleine vlindertjes erop
Die eenmaal in de lucht
Olijk samen zweven
Net als jij & ik
Als ik je strakjes vind
In dromenland
Abonneren op:
Reacties (Atom)