De meisjes met de staartjes springen uit de klimboom en laten zich languit op het gras vallen
"1,2,3,4...ik heb er vier!"
"HA, ik lekker zes"
Zes schrammen van al het klauteren en klimmen
En eentje daarvan met bloed en al
Ze rennen terug naar hun boom
Nog lang niet uitgerust
Maar geen tijd te verliezen
Het ene Staartje hangt alweer bovenin
voordat het andere Staartje er erg in heeft
Met één arm los, zwaait Staartje 1 naar beneden
Naar de onderste tak
Waar Staartje 2 uitlegt:
"Jij was beter in klimmen...
...en ik kon heel mooi zingen, oke?"
"En jij was jaloers op mijn zangstem", voegt ze er nog aan toe
Een kakafonie van Tarzangeluiden gecombineerd met K3-gepiep galmt door het Kronenburgerpark
Kon ik nu maar mee doen
Was ik nu maar net zo stoer en atlethisch als Tarzan
Of net zo onbeschaamd als Kathleen
GROWTH The only thing Constant in this world Is Change That's Why Today I take life as it comes
dinsdag 29 juni 2010
woensdag 16 juni 2010
Liedje
Ik dacht en
Hij zong het
Dat we nog tijd genoeg hebben
Om beter te weten
Dat het niet altijd leuk is
Om verstandig te zijn
Dat dingen mis gaan
Of over
Maar spijt toch geen zin heeft
Geniet beter maar
Hij zong het
Dat we nog tijd genoeg hebben
Om beter te weten
Dat het niet altijd leuk is
Om verstandig te zijn
Dat dingen mis gaan
Of over
Maar spijt toch geen zin heeft
Geniet beter maar
woensdag 9 juni 2010
Dwingeland
Tuurlijk Hendrik, dan stem jij toch fijn VVD!
...
Ja, hoef je me niet zo raar aan te kijken?
Je moet het zèlf weten.
Het is jouw stem, niet de mijne.
En ik wil je natuurlijk nergens toe dwingen.
Aan mij zal het niet liggen hoor!
...
Ik zal je er heus niet op veroordelen.
Als jij er mee in het reine kunt komen als Rutte straks in het zadel gehesen wordt... Jij moet het voor jezelf zien te verantwoorden hè?
Ik kan prima leven met mezelf en met wat ik stem.
Jij ook?
...
Nou?
Hendrik?
Joehoe..
...
Ja, hoef je me niet zo raar aan te kijken?
Je moet het zèlf weten.
Het is jouw stem, niet de mijne.
En ik wil je natuurlijk nergens toe dwingen.
Aan mij zal het niet liggen hoor!
...
Ik zal je er heus niet op veroordelen.
Als jij er mee in het reine kunt komen als Rutte straks in het zadel gehesen wordt... Jij moet het voor jezelf zien te verantwoorden hè?
Ik kan prima leven met mezelf en met wat ik stem.
Jij ook?
...
Nou?
Hendrik?
Joehoe..
vrijdag 4 juni 2010
Zeep
Alles smaakt naar zeep de laatste tijd
Alsof er een kleine dispenser in mijn mondhoek zit
Mijn appel smaakt naar zeep
De melk in de ochtend
Ik proef zeep in mijn pasta
En ook op mijn broodje filet americain
Zit zeep in plaats van peper
En ik kan het weten
Want ik heb zeep gegeten
Het leken net kleine zuurtjes
In alle kleuren die ik mooi en lelijk vond
En onze kinderogen tuurden er al dagenlang naar
Onze speekselklieren smeekten onze ouders
Maar die waren meedogenloos
Ze hadden zich de moeite kunnen besparen
Want toen we bij vertrek uit het hotel
Er ieder eentje mochten opsnoepen
Bleken het dus zeepjes te zijn
Zeepjes in alle kleuren
Die ik mooi en lelijk vond
Alsof er een kleine dispenser in mijn mondhoek zit
Mijn appel smaakt naar zeep
De melk in de ochtend
Ik proef zeep in mijn pasta
En ook op mijn broodje filet americain
Zit zeep in plaats van peper
En ik kan het weten
Want ik heb zeep gegeten
Het leken net kleine zuurtjes
In alle kleuren die ik mooi en lelijk vond
En onze kinderogen tuurden er al dagenlang naar
Onze speekselklieren smeekten onze ouders
Maar die waren meedogenloos
Ze hadden zich de moeite kunnen besparen
Want toen we bij vertrek uit het hotel
Er ieder eentje mochten opsnoepen
Bleken het dus zeepjes te zijn
Zeepjes in alle kleuren
Die ik mooi en lelijk vond
donderdag 3 juni 2010
Dubbeltje op z'n kant
Ik ben nooit bang geweest om voor grote groepen te staan, in het openbaar te spreken en mijn mening te laten horen. Rode vlekken in mijn nek krijg ik niet, geen trillende onderlip, geen gestotter. Blozen kan ik wèl goed, maar mijn papa heeft mij vroeger wijsgemaakt dat blozen mooi is en voor het gemak geloof ik daar nog altijd in. De spanning en opwinding voorafgaand aan een optreden vrees ik niet, maar vind ik juist leuk. Het geeft een grappig gevoel in je buik, alsof je verliefd bent. Ja, stiekem sta ik gewoon heel graag in de schijnwerpers. Als kind ging ik tijdens het eten al bovenop mijn stoel staan om de aandacht op me te vestigen en deed ik trucjes op de verjaardag van mijn oma, waarna ik van iedereen een dubbeltje kreeg. Naast leuk was het dus ook nog eens bijzonder lucratief.
Met dit gegeven in mijn achterhoofd zei ik onlangs enthousiast ‘ja’ op de vraag of ik wilde deelnemen aan een radiodebat in het kader van de verkiezingen. Het zou gaan over integratie en inburgering en ze zochten nog iemand die vanuit de praktijk een bijdrage kon leveren aan de discussie tussen twee coryfeeën uit de politiek.
Een uur voor de uitzending sloeg de nervositeit toe, toen ik gebeld werd door de persvoorlichter van het landelijk bureau en bleek dat het helemaal niet de bedoeling was geweest dat er ‘zomaar iemand’ landelijke media te woord zou staan. Zomaar iemand zonder mediatraining, zonder gedegen voorbereiding, zonder ervaring. Zomaar iemand die het gewoon ‘leuk’ vond en misschien hoopte achteraf van iedereen een dubbeltje te krijgen.
Even later zat ik daar dan met een grote microfoon voor mijn neus en ineens was het geen kinderspel meer. Mijn stem was in het hele land hoorbaar en enigszins geïntimideerd door dit idee, vroeg ik me vlak voordat we de ether in gingen af wat er zou gebeuren als ik nu 'poep' zou zeggen? Dan zou mijn optreden in ieder geval niet onopgemerkt blijven.
De discussie was gewiekst en ging rap. De twee kemphanen wisten hun mondje aardig te roeren en ik had moeite ertussen te komen. Mijn hart bonkte in mijn keel en even flitsten de doemscenario´s aan mijn vizier voorbij. Ik haalde diep adem, wiebelde wat met mijn hoofd heen en weer en zo werd ik mijn zenuwen dan toch nog de baas. Dapper klauterde ik bovenop mijn stoel en deed mijn trucje.
Later die avond kreeg ik er van een vriend één duppie voor.
Tevreden blozend nam ik deze in ontvangst...
Met dit gegeven in mijn achterhoofd zei ik onlangs enthousiast ‘ja’ op de vraag of ik wilde deelnemen aan een radiodebat in het kader van de verkiezingen. Het zou gaan over integratie en inburgering en ze zochten nog iemand die vanuit de praktijk een bijdrage kon leveren aan de discussie tussen twee coryfeeën uit de politiek.
Een uur voor de uitzending sloeg de nervositeit toe, toen ik gebeld werd door de persvoorlichter van het landelijk bureau en bleek dat het helemaal niet de bedoeling was geweest dat er ‘zomaar iemand’ landelijke media te woord zou staan. Zomaar iemand zonder mediatraining, zonder gedegen voorbereiding, zonder ervaring. Zomaar iemand die het gewoon ‘leuk’ vond en misschien hoopte achteraf van iedereen een dubbeltje te krijgen.
Even later zat ik daar dan met een grote microfoon voor mijn neus en ineens was het geen kinderspel meer. Mijn stem was in het hele land hoorbaar en enigszins geïntimideerd door dit idee, vroeg ik me vlak voordat we de ether in gingen af wat er zou gebeuren als ik nu 'poep' zou zeggen? Dan zou mijn optreden in ieder geval niet onopgemerkt blijven.
De discussie was gewiekst en ging rap. De twee kemphanen wisten hun mondje aardig te roeren en ik had moeite ertussen te komen. Mijn hart bonkte in mijn keel en even flitsten de doemscenario´s aan mijn vizier voorbij. Ik haalde diep adem, wiebelde wat met mijn hoofd heen en weer en zo werd ik mijn zenuwen dan toch nog de baas. Dapper klauterde ik bovenop mijn stoel en deed mijn trucje.
Later die avond kreeg ik er van een vriend één duppie voor.
Tevreden blozend nam ik deze in ontvangst...
vrijdag 28 mei 2010
De moeder van Freddy
In zijn grote felgroene zwembroek komt hij de douches binnen lopen. Ik sta met allemaal sop in mijn haar, dat langzaam naar mijn gezicht afglijdt.
Ik knijp mijn ogen dicht.
Als ik ze weer open doe, staat hij roerloos voor me en kijkt me glazig doch doordringend aan.
Hij staat te dichtbij me. Ik doe een stap naar achteren en bots tegen de tegeltjesmuur.
Glimlach, want ik vind het eigenlijk onaardig dat ik afstand van hem neem. Hij doet niks verkeerd, cijfert niet en houdt zijn zwembroek keurig aan. Hij kijkt alleen en op zichzelf is daar niks mis mee.
Zijn moeder probeert zijn aandacht af te leiden, maar haar zoon kan zich bijzonder goed concentreren, laat zich niet zomaar storen.
Om het ijs wat te breken zeg ik: "Hoi". Hij zegt niets, heeft eigenlijk al genoeg gezegd ook.
"Mooie zwembroek, lekker vrolijk", probeer ik nog eens en vervolg het uitwassen van mijn haren op geveinsde ontspannen wijze.
Hij houdt zijn hoofd schuin, eerst links, dan rechts. Strekt zijn arm uit en raakt mijn gezicht aan.
Moeder staat wat moedeloos op afstand even zo schaapachtig te glimlachen als ik daarnet: "Alleen kijken met de ogen Freddy!".
Ik zeg Freddy dat ik dat wel een goed idee vind van mama.
"Kom maar hier Freddy, je kunt vanaf hier ook kijken", poogt moeder goedbedoeld.
Ze komt niet naderbij, onderneemt geen verdere aktie om Freddy werkelijk in beweging te krijgen. Weet wellicht uit ervaring dat dit averechts kan werken en hoopt vooralsnog een drama te voorkomen.
Ik besluit moeder een handje te helpen en net te doen alsof het pisstraaltje het sop al uit mijn haar heeft gespoeld. Ik loop weg uit de douches richting kleedkamers, "dag Freddy".
Zonder te kijken weet ik dat Freddy me volgt. Als een soort van slaapwandelaar, armen iets vooruit.
Met ietwat wanhopiger stem nu, roept moeder: "Freddy, blijf je hier?".
Blijkbaar is de keus aan Freddy en dan is deze gemakkelijk gemaakt. Freddy wil liever met mij mee naar de kleedkamers.
Moeder komt nu toch onder de douche vandaan. Haar volgende wapen komt uit haar trukendoos te voorschijn om zoonlief tot de orde te roepen: "Freddy kom eens terug bij mama. Er zijn hier nog meer mooie meisjes om naar te kijken".
Ik knijp mijn ogen dicht.
Als ik ze weer open doe, staat hij roerloos voor me en kijkt me glazig doch doordringend aan.
Hij staat te dichtbij me. Ik doe een stap naar achteren en bots tegen de tegeltjesmuur.
Glimlach, want ik vind het eigenlijk onaardig dat ik afstand van hem neem. Hij doet niks verkeerd, cijfert niet en houdt zijn zwembroek keurig aan. Hij kijkt alleen en op zichzelf is daar niks mis mee.
Zijn moeder probeert zijn aandacht af te leiden, maar haar zoon kan zich bijzonder goed concentreren, laat zich niet zomaar storen.
Om het ijs wat te breken zeg ik: "Hoi". Hij zegt niets, heeft eigenlijk al genoeg gezegd ook.
"Mooie zwembroek, lekker vrolijk", probeer ik nog eens en vervolg het uitwassen van mijn haren op geveinsde ontspannen wijze.
Hij houdt zijn hoofd schuin, eerst links, dan rechts. Strekt zijn arm uit en raakt mijn gezicht aan.
Moeder staat wat moedeloos op afstand even zo schaapachtig te glimlachen als ik daarnet: "Alleen kijken met de ogen Freddy!".
Ik zeg Freddy dat ik dat wel een goed idee vind van mama.
"Kom maar hier Freddy, je kunt vanaf hier ook kijken", poogt moeder goedbedoeld.
Ze komt niet naderbij, onderneemt geen verdere aktie om Freddy werkelijk in beweging te krijgen. Weet wellicht uit ervaring dat dit averechts kan werken en hoopt vooralsnog een drama te voorkomen.
Ik besluit moeder een handje te helpen en net te doen alsof het pisstraaltje het sop al uit mijn haar heeft gespoeld. Ik loop weg uit de douches richting kleedkamers, "dag Freddy".
Zonder te kijken weet ik dat Freddy me volgt. Als een soort van slaapwandelaar, armen iets vooruit.
Met ietwat wanhopiger stem nu, roept moeder: "Freddy, blijf je hier?".
Blijkbaar is de keus aan Freddy en dan is deze gemakkelijk gemaakt. Freddy wil liever met mij mee naar de kleedkamers.
Moeder komt nu toch onder de douche vandaan. Haar volgende wapen komt uit haar trukendoos te voorschijn om zoonlief tot de orde te roepen: "Freddy kom eens terug bij mama. Er zijn hier nog meer mooie meisjes om naar te kijken".
woensdag 26 mei 2010
Gewoon
Doe maar gewoon
Maar ik houd niet van gewoon
Ik wil niet gewoon
Ik zie ook geen reden voor gewoon
Gewoonweg niet
Gewoon is niet gek en verre van genoeg
'Gewoon lekker' vind ik gewoonlijk niet zo bijzonder
'Gewoontegetrouw' valt gewoonlijk niet op
'Gewoon gebleven' wil zeggen dat je nooit iets speciaals was
En 'gewoon mooi' is iets vinden zonder te weten waarom
Als mijn geluk ooit gewoon wordt
Dan ga ik daar gewoon iets aan doen
Gewoon doén
Omdat ik liever buitengewoon geluk heb
En toen was geluk heel iets vreemds
Maar ik houd niet van gewoon
Ik wil niet gewoon
Ik zie ook geen reden voor gewoon
Gewoonweg niet
Gewoon is niet gek en verre van genoeg
'Gewoon lekker' vind ik gewoonlijk niet zo bijzonder
'Gewoontegetrouw' valt gewoonlijk niet op
'Gewoon gebleven' wil zeggen dat je nooit iets speciaals was
En 'gewoon mooi' is iets vinden zonder te weten waarom
Als mijn geluk ooit gewoon wordt
Dan ga ik daar gewoon iets aan doen
Gewoon doén
Omdat ik liever buitengewoon geluk heb
En toen was geluk heel iets vreemds
woensdag 12 mei 2010
Oeps
Juist op het moment dat ik mijn fiets optil en hem achter in de kofferbak wil gooien, vraagt hij me of hij helpen kan. Ik plaats mijn fiets terug op de grond en glimlach. Een vriendelijk gebaar sla je immers niet af, ook niet wanneer het overbodig is. Ik pak de achterkant van mijn fiets opnieuw op. Misschien had ik dit aan hem moeten laten als ik net zo vriendelijk was geweest als hij, maar ik ben niet vriendelijk. Ik heb haast en hij stoort. Onhandig pakt hij dan maar mijn stuur beet en begint er mee te wiebelen, waardoor ik bij de manoeuvre van het insteken vast kom te zitten. Het spatbord port pijnlijk in mijn kuit, maar meneer heeft niks in de gaten totdat mijn vrolijk gestippelde panty een grote scheur laat zien.
Hij doet alsof hij mijn ontblote onderbeen niet ziet en kletst erover heen “doe je dit wel vaker?”. “Fietsen inladen op het station?”, vraag ik dan toch nog smalend lachend. Hij zegt niks meer. Ik kijk hem aan en breng zijn ogen naar het gat in mijn panty. Dat is natuurlijk een beetje flauw, maar ik kan het niet laten. “Oeps”, zegt hij en pardoes vind ik ‘oeps’ maar een stom woord. Dat heb je soms, dat woorden stom worden omdat bepaalde mensen ze uitspreken.
Ik sta nog steeds in een soort van houdgreep en mijn armspieren beginnen de allervriendelijkste aanwezigheid van deze brave borst ook steeds minder te waarderen. Ik probeer hem kwiek duidelijk te maken hoe hij de fiets het beste kan draaien om verdere narigheid te voorkomen. En of hij mijn aanwijzingen nu niet goed begrepen heeft, gewoon eigenwijs is of stiekem helemaal niet vriendelijk, maar heel gewiekst in het lastigvallen van meisjes in korte rokjes, weet ik niet. Hij wendt de fiets in ieder geval zodanig dat ik erover heen klap en in mijn eigen kofferbak beland met mijn gezicht in de kettingkast. “Oeps”, zegt hij weer.
Hij is dan wel weer zo vriendelijk me aan mijn rokje uit het smeer te bevrijden, waardoor het jurkje dat ik aan heb de rest van de dag onherstelbaar uitgerekt achter mijn kont aan dribbelt. Het goede nieuws is dat je zou kunnen zeggen dat mijn rijwiel inmiddels wel in de auto ligt. Derhalve lijkt het me de hoogste tijd mijn weldoener met een besmeurd gezicht te danken voor zijn edelmoedige hartelijkheid op deze vroege ochtend. Zo zijn er nog maar weinig tegenwoordig, aardige mensen. Goh ja, hoe ga je ermee om?
Hij doet alsof hij mijn ontblote onderbeen niet ziet en kletst erover heen “doe je dit wel vaker?”. “Fietsen inladen op het station?”, vraag ik dan toch nog smalend lachend. Hij zegt niks meer. Ik kijk hem aan en breng zijn ogen naar het gat in mijn panty. Dat is natuurlijk een beetje flauw, maar ik kan het niet laten. “Oeps”, zegt hij en pardoes vind ik ‘oeps’ maar een stom woord. Dat heb je soms, dat woorden stom worden omdat bepaalde mensen ze uitspreken.
Ik sta nog steeds in een soort van houdgreep en mijn armspieren beginnen de allervriendelijkste aanwezigheid van deze brave borst ook steeds minder te waarderen. Ik probeer hem kwiek duidelijk te maken hoe hij de fiets het beste kan draaien om verdere narigheid te voorkomen. En of hij mijn aanwijzingen nu niet goed begrepen heeft, gewoon eigenwijs is of stiekem helemaal niet vriendelijk, maar heel gewiekst in het lastigvallen van meisjes in korte rokjes, weet ik niet. Hij wendt de fiets in ieder geval zodanig dat ik erover heen klap en in mijn eigen kofferbak beland met mijn gezicht in de kettingkast. “Oeps”, zegt hij weer.
Hij is dan wel weer zo vriendelijk me aan mijn rokje uit het smeer te bevrijden, waardoor het jurkje dat ik aan heb de rest van de dag onherstelbaar uitgerekt achter mijn kont aan dribbelt. Het goede nieuws is dat je zou kunnen zeggen dat mijn rijwiel inmiddels wel in de auto ligt. Derhalve lijkt het me de hoogste tijd mijn weldoener met een besmeurd gezicht te danken voor zijn edelmoedige hartelijkheid op deze vroege ochtend. Zo zijn er nog maar weinig tegenwoordig, aardige mensen. Goh ja, hoe ga je ermee om?
vrijdag 23 april 2010
Touwtje van worstjes
Een bejaard, krom vrouwtje
Loopt met haar hondje
Over straat
Ze laat hem uit
Aan een touwtje
Een touwtje van worstjes
Een stokoude man
Rijdt met zijn scootmobiel
Over de crossbaan
En lacht
Omdat het leven leeft
En nog lang niet ten einde is
Loopt met haar hondje
Over straat
Ze laat hem uit
Aan een touwtje
Een touwtje van worstjes
Een stokoude man
Rijdt met zijn scootmobiel
Over de crossbaan
En lacht
Omdat het leven leeft
En nog lang niet ten einde is
zaterdag 17 april 2010
Saai sprookje
In een land hier heel dichtbij
Woonden eens twee hele gewone mensen
Mooi waren ze geen van beiden
Niet dat ze pukkels hadden
misvormde gezichten of
wanstaltige lijven
Er was alleen niks aan
Niks dat je aandacht vasthield
Zij leefden hun leven
Zonder vallen en opstaan
In een niet erg uitgesproken huis
van normaal formaat
en met weinig opsmuk
In een onopvallende buurt
met nietszeggende buren
Ze hadden geen kinderen
En dat was ook maar beter zo
Want niet lang daarna
gingen ze alsnog uit elkaar
Zonder ooit iets gedeeld te hebben
Niemand had het over ze
En interessant genoeg voor een sprookje waren zij niet
Zo leefden zij
Gescheiden van elkaar
Nog lang en
Gedachteloos
Woonden eens twee hele gewone mensen
Mooi waren ze geen van beiden
Niet dat ze pukkels hadden
misvormde gezichten of
wanstaltige lijven
Er was alleen niks aan
Niks dat je aandacht vasthield
Zij leefden hun leven
Zonder vallen en opstaan
In een niet erg uitgesproken huis
van normaal formaat
en met weinig opsmuk
In een onopvallende buurt
met nietszeggende buren
Ze hadden geen kinderen
En dat was ook maar beter zo
Want niet lang daarna
gingen ze alsnog uit elkaar
Zonder ooit iets gedeeld te hebben
Niemand had het over ze
En interessant genoeg voor een sprookje waren zij niet
Zo leefden zij
Gescheiden van elkaar
Nog lang en
Gedachteloos
Abonneren op:
Posts (Atom)