vrijdag 11 december 2020

Monoloog

Ik vertel je zo wat hij precies zei, maar ik zeg je nu alvast dat je er steil van achterover slaat.

Je weet hoe conflictmijdend ik ben. Ik houd me altijd op de vlakte, altijd al gedaan. Zesenzeventig jaar lang. Ik wil geen problemen maken, dat vind ik zonde van mijn tijd. Maar dit, na al die jaren. Ik heb altijd alles van hem gepikt, nooit iets gezegd. En weet je waarom? Omdat we familie zijn. Omdat ik de harmonie belangrijker vind dan mijn eigen gelijk. En dan waagt hij het nu om zo uit de hoek te komen. Ik geloof niet dat ik ooit zo boos ben geweest, Gerda.

En hoe hij erbij zat, beetje onder uit gezakt, irritant kalm en met een smalende blik. Doet hij dat thuis ook? Zo neerbuigend? Ik had hem kunnen wurgen, weet je dat? Heeft hij überhaupt de moeite genomen jou erover te vertellen? Of is hij thuisgekomen, neergeploft en heeft hij je om een biertje gevraagd? Plicht voldaan, familie weer tevreden voor een jaar. Nou, ik niet! En zeker geen heel jaar.

Wat hij zei is dit.

vrijdag 4 december 2020

Ware Pieten

Zondagochtend
Beneden klinkt kinderlijke vreugde
Gisterenavond hebben we braaf liedjes gezongen
Het lijkt erop dat onze inspanningen zijn beloond

De deur vliegt open
Een kind bespringt ons
We wrijven in onze ogen 
En halen wat enthousiasme uit onze slapende tenen

We moeten mee
We gaan mee
Twee pakjes
In iedere schoen één
Tot zover klopt het

Maar die appel in de zijne...  
En die mandarijn in de mijne... 
We kijken elkaar aan
Ik knik discreet, hij schudt behoedzaam
Hij knikt omzichtig, ik schud 
Aarzelend nu

Nog volledig overgeleverd 
Aan hun geloof in de Goede Heilige man
Hebben zij zich ontpopt als Piet
Zonder het zelf te weten

Ware pieten 
Die zwijgen en
Die knipogend naar elkaar
Hun geheim bewaren

woensdag 25 november 2020

Verplichting

Het is zo gegroeid
Ze kwam hier al toen de kinderen nog niet geboren waren
Toen dronken we wel eens koffie samen
En nu kan ik niet meer terug
Braaf luister ik iedere week naar haar avonturen in de supermarkt
Het interesseert me geen bal
Ik zeg weinig, zij praat, ik luister
In stilte geniet ik van mijn kop koffie

Het is zo gegroeid
Ik kwam daar al toen ze nog niet eens kinderen hadden
Af en toe gaf ze me een bak koffie
En dan kletsten we wat
Dat doen we nu nog steeds
Gewenning denk ik
Ze zegt weinig, ik praat, zij luistert
Van mij hoeft het niet, maar ja

zondag 8 november 2020

Bramen plukken

Twee oude besjes gingen bramen plukken
Schuifelend aan elkaars arm
Emmertjes in de hand
Niet te groot, want dat lukte niet meer

In een bosje naast de N-weg
Het bosje nog ouder dan zijzelf
Op steenworp afstand van hun huis
Niet te ver, want dat lukte niet meer

Laarzen aan, hij groen, zij blauw
Regenjassen om niet te blijven haken
Haken was vallen en
Vallen moest niet, want opstaan lukte niet meer

'Gaat het Gonny?'
'Lukt het Leo?' 
Steelse blikken tussen takken door
Een luchtkusje dobberend op de wind 

dinsdag 3 november 2020

Bakkertje spelen

Of ik bakkertje kom spelen
Nog even dit 
Nog even dat
Ik hoor haar roepen:
'...en dan zeg jij: Hé, al het brood is op!'
Eindelijk ben ik daar dan
'Hé, al het brood is op!', zeg ik
'Dag bakker, een tijgerbrood graag, gesneden'
Ze propt het ceintuur van haar badjas in een boterhamzakje
Draait het sierlijk dicht tot een punt
Frommelt er een stukje plakband omheen

'Anders nog iets mevrouw?'

vrijdag 30 oktober 2020

De speech

Acht minuten had ze nog. Dan zou of alles goedkomen of alles voor altijd kapot zijn.

De speech om haar zaak te bepleiten lag klaar op zolder. Met hoeveel zouden ze haar komen weghalen? Een kind van 13 jaar was met twee te overmeesteren, zo redeneren dat soort mensen. Hoeveel tijd zouden ze haar gunnen? Ze had haar speech kort gehouden in de hoop gehoord te worden. Ze wilde niet weg, niet weer een ander gezin. Een laatste maal controleerde ze de stand van de verfrollers op het tafeltje voor zich. Tikte op één van de rollers bij wijze van geluidstest.

Opnieuw moest ze plassen. Nog vier minuten. Toch maar doen. Ze liep de trap af. De bovenste trede wiebelde, in haar haast was ze dat vergeten. Zij wiebelde mee. Zodanig dat ze viel, onhandig, voorover. De trap was kort, maar lang genoeg om pijn te doen. Gek genoeg voelde het als een verlichting. Van de zweer binnenin. Van de angst, het vrezen.

Het deed er niet meer toe. Ze stonden al voor haar. Drie minuten te vroeg. Een straaltje plas liep langs haar been, ook dat nog. Ze hielpen haar opstaan en namen haar mee. 

Haar speech lag nog boven, onaangeroerd, onuitgesproken.

 

dinsdag 25 juni 2013

Bonnetje

4 helse engel    14 euro
1 fristi         2,30 euro
1 borrelnootjes  1,50 euro
1 kaasblokjes    3,90 euro
Bedankt en graag tot ziens!

Ik zie een jongetje borrelnootjes schieten in de blonde haardos van de schaars geklede dame naast hem. Hij is een jaar of acht schat ik en zit samen met zijn vader aan de toog. Ergens diep in de schachten van de kelder heeft de barman nog een fristi op weten te vissen. Pa drinkt helse engel in een recordtempo. Moed indrinken voor een heel (lang) weekend met zoonlief. Om hem zoet te houden, worden - nu de borrelnootjes bijna op zijn - kaasblokjes met curry aangerukt. Terwijl pa een laatste helse besteld. 

"Proost, op een hels weekend met mijn eigenste engel".

maandag 15 april 2013

o, zoete herinnering

o, zoete herinnering
blijf bij me
zonder jou ben ik niet dezelfde meer
je blikken, je woorden
ik wil ze onthouden
nu ik opnieuw verlang
oud te worden
ooit een keer

vrijdag 1 februari 2013

Onder toezicht

Ze heeft schulden
en mag daarom haar eigen geld niet meer beheren
er komt een jongedame die dat nu voor haar doet
dit zou tijdelijk zijn
maar de jongedame komt inmiddels al vreselijk lang 
bij haar over de vloer
"want u staat onder toezicht...
dat heb ik toch al uitgelegd"

De jongedame spit ongevraagd door al haar papieren
maakt er een grote rommel van
de jongedame gaat alles na
ziet waar zij haar onderbroeken koopt
en wat haar lievelingsworstjes zijn

Maar ergst van al
is dat de jongedame ontdekt
wat zij verborgen wilde houden
want ondanks haar schulden
gaat er iedere maand
200 euro naar het goede doel

Knorrepot

Ken je dat?
zo'n man op een scootmobiel
met een chagrijnige kop
en een dekentje over zijn benen
die dan bij het stoplicht
met zijn karretje
pal voor jouw auto parkeert

Nou en of ik mij daar aan erger
niet zozeer dat een gehandicapte 
mijn tred vertraagt
maar vooral dat hij er zo verschrikkelijk 
nors en brommerig bij moet kijken
alsof het bij zijn pose hoort
is gaan horen
het goed bij zijn dekentje past...

In dat geval 
draai ik mijn raampje met liefde open
en roep ik luid
richting zijn dovemansoren
dat hij toch eens een ander dekentje moet overwegen
misschien