In zijn grote felgroene zwembroek komt hij de douches binnen lopen. Ik sta met allemaal sop in mijn haar, dat langzaam naar mijn gezicht afglijdt.
Ik knijp mijn ogen dicht.
Als ik ze weer open doe, staat hij roerloos voor me en kijkt me glazig doch doordringend aan.
Hij staat te dichtbij me. Ik doe een stap naar achteren en bots tegen de tegeltjesmuur.
Glimlach, want ik vind het eigenlijk onaardig dat ik afstand van hem neem. Hij doet niks verkeerd, cijfert niet en houdt zijn zwembroek keurig aan. Hij kijkt alleen en op zichzelf is daar niks mis mee.
Zijn moeder probeert zijn aandacht af te leiden, maar haar zoon kan zich bijzonder goed concentreren, laat zich niet zomaar storen.
Om het ijs wat te breken zeg ik: "Hoi". Hij zegt niets, heeft eigenlijk al genoeg gezegd ook.
"Mooie zwembroek, lekker vrolijk", probeer ik nog eens en vervolg het uitwassen van mijn haren op geveinsde ontspannen wijze.
Hij houdt zijn hoofd schuin, eerst links, dan rechts. Strekt zijn arm uit en raakt mijn gezicht aan.
Moeder staat wat moedeloos op afstand even zo schaapachtig te glimlachen als ik daarnet: "Alleen kijken met de ogen Freddy!".
Ik zeg Freddy dat ik dat wel een goed idee vind van mama.
"Kom maar hier Freddy, je kunt vanaf hier ook kijken", poogt moeder goedbedoeld.
Ze komt niet naderbij, onderneemt geen verdere aktie om Freddy werkelijk in beweging te krijgen. Weet wellicht uit ervaring dat dit averechts kan werken en hoopt vooralsnog een drama te voorkomen.
Ik besluit moeder een handje te helpen en net te doen alsof het pisstraaltje het sop al uit mijn haar heeft gespoeld. Ik loop weg uit de douches richting kleedkamers, "dag Freddy".
Zonder te kijken weet ik dat Freddy me volgt. Als een soort van slaapwandelaar, armen iets vooruit.
Met ietwat wanhopiger stem nu, roept moeder: "Freddy, blijf je hier?".
Blijkbaar is de keus aan Freddy en dan is deze gemakkelijk gemaakt. Freddy wil liever met mij mee naar de kleedkamers.
Moeder komt nu toch onder de douche vandaan. Haar volgende wapen komt uit haar trukendoos te voorschijn om zoonlief tot de orde te roepen: "Freddy kom eens terug bij mama. Er zijn hier nog meer mooie meisjes om naar te kijken".
GROWTH The only thing Constant in this world Is Change That's Why Today I take life as it comes
vrijdag 28 mei 2010
woensdag 26 mei 2010
Gewoon
Doe maar gewoon
Maar ik houd niet van gewoon
Ik wil niet gewoon
Ik zie ook geen reden voor gewoon
Gewoonweg niet
Gewoon is niet gek en verre van genoeg
'Gewoon lekker' vind ik gewoonlijk niet zo bijzonder
'Gewoontegetrouw' valt gewoonlijk niet op
'Gewoon gebleven' wil zeggen dat je nooit iets speciaals was
En 'gewoon mooi' is iets vinden zonder te weten waarom
Als mijn geluk ooit gewoon wordt
Dan ga ik daar gewoon iets aan doen
Gewoon doén
Omdat ik liever buitengewoon geluk heb
En toen was geluk heel iets vreemds
Maar ik houd niet van gewoon
Ik wil niet gewoon
Ik zie ook geen reden voor gewoon
Gewoonweg niet
Gewoon is niet gek en verre van genoeg
'Gewoon lekker' vind ik gewoonlijk niet zo bijzonder
'Gewoontegetrouw' valt gewoonlijk niet op
'Gewoon gebleven' wil zeggen dat je nooit iets speciaals was
En 'gewoon mooi' is iets vinden zonder te weten waarom
Als mijn geluk ooit gewoon wordt
Dan ga ik daar gewoon iets aan doen
Gewoon doén
Omdat ik liever buitengewoon geluk heb
En toen was geluk heel iets vreemds
woensdag 12 mei 2010
Oeps
Juist op het moment dat ik mijn fiets optil en hem achter in de kofferbak wil gooien, vraagt hij me of hij helpen kan. Ik plaats mijn fiets terug op de grond en glimlach. Een vriendelijk gebaar sla je immers niet af, ook niet wanneer het overbodig is. Ik pak de achterkant van mijn fiets opnieuw op. Misschien had ik dit aan hem moeten laten als ik net zo vriendelijk was geweest als hij, maar ik ben niet vriendelijk. Ik heb haast en hij stoort. Onhandig pakt hij dan maar mijn stuur beet en begint er mee te wiebelen, waardoor ik bij de manoeuvre van het insteken vast kom te zitten. Het spatbord port pijnlijk in mijn kuit, maar meneer heeft niks in de gaten totdat mijn vrolijk gestippelde panty een grote scheur laat zien.
Hij doet alsof hij mijn ontblote onderbeen niet ziet en kletst erover heen “doe je dit wel vaker?”. “Fietsen inladen op het station?”, vraag ik dan toch nog smalend lachend. Hij zegt niks meer. Ik kijk hem aan en breng zijn ogen naar het gat in mijn panty. Dat is natuurlijk een beetje flauw, maar ik kan het niet laten. “Oeps”, zegt hij en pardoes vind ik ‘oeps’ maar een stom woord. Dat heb je soms, dat woorden stom worden omdat bepaalde mensen ze uitspreken.
Ik sta nog steeds in een soort van houdgreep en mijn armspieren beginnen de allervriendelijkste aanwezigheid van deze brave borst ook steeds minder te waarderen. Ik probeer hem kwiek duidelijk te maken hoe hij de fiets het beste kan draaien om verdere narigheid te voorkomen. En of hij mijn aanwijzingen nu niet goed begrepen heeft, gewoon eigenwijs is of stiekem helemaal niet vriendelijk, maar heel gewiekst in het lastigvallen van meisjes in korte rokjes, weet ik niet. Hij wendt de fiets in ieder geval zodanig dat ik erover heen klap en in mijn eigen kofferbak beland met mijn gezicht in de kettingkast. “Oeps”, zegt hij weer.
Hij is dan wel weer zo vriendelijk me aan mijn rokje uit het smeer te bevrijden, waardoor het jurkje dat ik aan heb de rest van de dag onherstelbaar uitgerekt achter mijn kont aan dribbelt. Het goede nieuws is dat je zou kunnen zeggen dat mijn rijwiel inmiddels wel in de auto ligt. Derhalve lijkt het me de hoogste tijd mijn weldoener met een besmeurd gezicht te danken voor zijn edelmoedige hartelijkheid op deze vroege ochtend. Zo zijn er nog maar weinig tegenwoordig, aardige mensen. Goh ja, hoe ga je ermee om?
Hij doet alsof hij mijn ontblote onderbeen niet ziet en kletst erover heen “doe je dit wel vaker?”. “Fietsen inladen op het station?”, vraag ik dan toch nog smalend lachend. Hij zegt niks meer. Ik kijk hem aan en breng zijn ogen naar het gat in mijn panty. Dat is natuurlijk een beetje flauw, maar ik kan het niet laten. “Oeps”, zegt hij en pardoes vind ik ‘oeps’ maar een stom woord. Dat heb je soms, dat woorden stom worden omdat bepaalde mensen ze uitspreken.
Ik sta nog steeds in een soort van houdgreep en mijn armspieren beginnen de allervriendelijkste aanwezigheid van deze brave borst ook steeds minder te waarderen. Ik probeer hem kwiek duidelijk te maken hoe hij de fiets het beste kan draaien om verdere narigheid te voorkomen. En of hij mijn aanwijzingen nu niet goed begrepen heeft, gewoon eigenwijs is of stiekem helemaal niet vriendelijk, maar heel gewiekst in het lastigvallen van meisjes in korte rokjes, weet ik niet. Hij wendt de fiets in ieder geval zodanig dat ik erover heen klap en in mijn eigen kofferbak beland met mijn gezicht in de kettingkast. “Oeps”, zegt hij weer.
Hij is dan wel weer zo vriendelijk me aan mijn rokje uit het smeer te bevrijden, waardoor het jurkje dat ik aan heb de rest van de dag onherstelbaar uitgerekt achter mijn kont aan dribbelt. Het goede nieuws is dat je zou kunnen zeggen dat mijn rijwiel inmiddels wel in de auto ligt. Derhalve lijkt het me de hoogste tijd mijn weldoener met een besmeurd gezicht te danken voor zijn edelmoedige hartelijkheid op deze vroege ochtend. Zo zijn er nog maar weinig tegenwoordig, aardige mensen. Goh ja, hoe ga je ermee om?
vrijdag 23 april 2010
Touwtje van worstjes
Een bejaard, krom vrouwtje
Loopt met haar hondje
Over straat
Ze laat hem uit
Aan een touwtje
Een touwtje van worstjes
Een stokoude man
Rijdt met zijn scootmobiel
Over de crossbaan
En lacht
Omdat het leven leeft
En nog lang niet ten einde is
Loopt met haar hondje
Over straat
Ze laat hem uit
Aan een touwtje
Een touwtje van worstjes
Een stokoude man
Rijdt met zijn scootmobiel
Over de crossbaan
En lacht
Omdat het leven leeft
En nog lang niet ten einde is
zaterdag 17 april 2010
Saai sprookje
In een land hier heel dichtbij
Woonden eens twee hele gewone mensen
Mooi waren ze geen van beiden
Niet dat ze pukkels hadden
misvormde gezichten of
wanstaltige lijven
Er was alleen niks aan
Niks dat je aandacht vasthield
Zij leefden hun leven
Zonder vallen en opstaan
In een niet erg uitgesproken huis
van normaal formaat
en met weinig opsmuk
In een onopvallende buurt
met nietszeggende buren
Ze hadden geen kinderen
En dat was ook maar beter zo
Want niet lang daarna
gingen ze alsnog uit elkaar
Zonder ooit iets gedeeld te hebben
Niemand had het over ze
En interessant genoeg voor een sprookje waren zij niet
Zo leefden zij
Gescheiden van elkaar
Nog lang en
Gedachteloos
Woonden eens twee hele gewone mensen
Mooi waren ze geen van beiden
Niet dat ze pukkels hadden
misvormde gezichten of
wanstaltige lijven
Er was alleen niks aan
Niks dat je aandacht vasthield
Zij leefden hun leven
Zonder vallen en opstaan
In een niet erg uitgesproken huis
van normaal formaat
en met weinig opsmuk
In een onopvallende buurt
met nietszeggende buren
Ze hadden geen kinderen
En dat was ook maar beter zo
Want niet lang daarna
gingen ze alsnog uit elkaar
Zonder ooit iets gedeeld te hebben
Niemand had het over ze
En interessant genoeg voor een sprookje waren zij niet
Zo leefden zij
Gescheiden van elkaar
Nog lang en
Gedachteloos
donderdag 15 april 2010
Terugvordering
Teruggeven zeg ik je
Nu!
Het is van mij
Mijn hart
Wat dacht je? Hè?
Dat je het zomaar voor jezelf kon houden
Natuurlijk niet
Oen!
Sommige dingen krijg je nooit helemaal
Alleen in bruikleen
'Bij misbruik volgt terugvordering'
Ho ho, niet verstoppen ineens
Ik vind em toch wel terug
Hij klopt nogsteeds
En waag het eens
Hem nu tegen de grond te kwakken
Dat doe je maar mooi met je eigen hart
tsss
Uilskuiken dat je bent.
Nu!
Het is van mij
Mijn hart
Wat dacht je? Hè?
Dat je het zomaar voor jezelf kon houden
Natuurlijk niet
Oen!
Sommige dingen krijg je nooit helemaal
Alleen in bruikleen
'Bij misbruik volgt terugvordering'
Ho ho, niet verstoppen ineens
Ik vind em toch wel terug
Hij klopt nogsteeds
En waag het eens
Hem nu tegen de grond te kwakken
Dat doe je maar mooi met je eigen hart
tsss
Uilskuiken dat je bent.
Proefpersoon
Hij zag eruit als een proefpersoon
Iemand die niet leefde
Niet echt
Iemand die alles best vond
Volledig was lamgelegd
Hij protesteerde niet
Mopperde niet
Een kniesoor die daarop let
En dat deed dus ook niemand
Eenzaamheid op een driekamerflat
Iemand die niet leefde
Niet echt
Iemand die alles best vond
Volledig was lamgelegd
Hij protesteerde niet
Mopperde niet
Een kniesoor die daarop let
En dat deed dus ook niemand
Eenzaamheid op een driekamerflat
woensdag 31 maart 2010
Brief aan vluchteling
Beste vluchteling,
Allereerst mijn nederige excuses dat ik je niet gewoon bij naam noem. Dat komt natuurlijk ontzettend onpersoonlijk over. Zelf had ik het eerlijk gezegd ook liever anders gezien, maar het is wat lastig zie je, omdat ik je naam simpelweg niet ken.
Toch dacht ik dat het leuk was je te schrijven, je woont hier al een tijdje en we hebben elkaar nog altijd niet ontmoet. Misschien vind je het gek brieven te krijgen van mensen die je niet kent. Ik moet bekennen dat ik zelf ook niet vaak naar onbekenden schrijf.
Goed, inmiddels heb je je dus opgewerkt van asielzoeker tot vluchteling. Naar verluid was dat geen gemakkelijke noch gezwinde promotie. Wellicht wat ongepast, toch wil ik je ermee feliciteren. Van harte, je bent welkom! Dat was je al, maar ik kan me voorstellen dat dat zo niet voelde toen je de toedracht voor jouw aanwezigheid hier in Nederland bij de IND op tafel moest leggen en je verhaal vervolgens jarenlang ter discussie werd gesteld. Voel je je inmiddels meer welkom dan toentertijd? En sinds wanneer dan wel? Sinds je bij je eerste verblijfsvergunning een Delfts Blauwe aardappel ontving? Of sinds je brieven ontvangt van wild(e) vreemden?
Eigenlijk wil ik nog zoveel meer van je weten. Of het je bijvoorbeeld wel eens is gebeurd dat je per ongeluk in de supermarkt een blikje erwtjes en worteltjes op je hoofd hebt gezet? Ik zou dat niet raar vinden namelijk, ik herinner me dat ikzelf op een gegeven moment in een winkel in Nigeria was om een tandenborstel te kopen en uit een soort automatisme naar alle 82 andere typen tandenborstels op zoek was (die met criss-cross borstelharen en pulserende kop ter stimulatie van het tandvlees bijvoorbeeld). En heb je nooit de neiging af te dingen bij de kassa van de Plus? In de winter zonder jas naar buiten te lopen omdat de zon schijnt? Ikzelf heb veelvuldig na een maaltijd in Afrika op een toetje zitten wachten dat nooit kwam en ben ooit gaan rennen voor de trein in Ghana omdat deze een minuut later vertrekken zou. Je weet maar nooit..
Ik ben misschien wat afgedwaald in mijn brief aan jou. Maar dit is wat ik zeggen wou: Dat als ik je tegenkom op straat, ik je misschien voorbij loop omdat ik je niet herken, maar zul je me dan doen stilstaan? Om me jouw naam te vertellen, samen erwtjes en worteltjes te eten met een toetje en dat je me daarna helpt een tandenborstel uit te kiezen.
Lieve groet,
Ozzemaaj
Allereerst mijn nederige excuses dat ik je niet gewoon bij naam noem. Dat komt natuurlijk ontzettend onpersoonlijk over. Zelf had ik het eerlijk gezegd ook liever anders gezien, maar het is wat lastig zie je, omdat ik je naam simpelweg niet ken.
Toch dacht ik dat het leuk was je te schrijven, je woont hier al een tijdje en we hebben elkaar nog altijd niet ontmoet. Misschien vind je het gek brieven te krijgen van mensen die je niet kent. Ik moet bekennen dat ik zelf ook niet vaak naar onbekenden schrijf.
Goed, inmiddels heb je je dus opgewerkt van asielzoeker tot vluchteling. Naar verluid was dat geen gemakkelijke noch gezwinde promotie. Wellicht wat ongepast, toch wil ik je ermee feliciteren. Van harte, je bent welkom! Dat was je al, maar ik kan me voorstellen dat dat zo niet voelde toen je de toedracht voor jouw aanwezigheid hier in Nederland bij de IND op tafel moest leggen en je verhaal vervolgens jarenlang ter discussie werd gesteld. Voel je je inmiddels meer welkom dan toentertijd? En sinds wanneer dan wel? Sinds je bij je eerste verblijfsvergunning een Delfts Blauwe aardappel ontving? Of sinds je brieven ontvangt van wild(e) vreemden?
Eigenlijk wil ik nog zoveel meer van je weten. Of het je bijvoorbeeld wel eens is gebeurd dat je per ongeluk in de supermarkt een blikje erwtjes en worteltjes op je hoofd hebt gezet? Ik zou dat niet raar vinden namelijk, ik herinner me dat ikzelf op een gegeven moment in een winkel in Nigeria was om een tandenborstel te kopen en uit een soort automatisme naar alle 82 andere typen tandenborstels op zoek was (die met criss-cross borstelharen en pulserende kop ter stimulatie van het tandvlees bijvoorbeeld). En heb je nooit de neiging af te dingen bij de kassa van de Plus? In de winter zonder jas naar buiten te lopen omdat de zon schijnt? Ikzelf heb veelvuldig na een maaltijd in Afrika op een toetje zitten wachten dat nooit kwam en ben ooit gaan rennen voor de trein in Ghana omdat deze een minuut later vertrekken zou. Je weet maar nooit..
Ik ben misschien wat afgedwaald in mijn brief aan jou. Maar dit is wat ik zeggen wou: Dat als ik je tegenkom op straat, ik je misschien voorbij loop omdat ik je niet herken, maar zul je me dan doen stilstaan? Om me jouw naam te vertellen, samen erwtjes en worteltjes te eten met een toetje en dat je me daarna helpt een tandenborstel uit te kiezen.
Lieve groet,
Ozzemaaj
zaterdag 20 maart 2010
Viva la Vida
Mijn ipod heeft zo zijn eigen willetje. Lievelingsnummers worden mij, onder het mom van random plaatjes draaien (uhuh), te pas en te onpas opgedrongen. Het stadium der subtiele aanbeveling lijkt mijn ipod ver voorbij.
Het is niet zo dat ik het niet snap ofzo. Heus wel, zelf ben ik eigenlijk geen haar beter en smeer ik mijn vrienden met grote regelmaat ongevraagd mijn nieuwste vondsten of mooiste evergreens aan. Terwijl ik de liedjes draai, hoeven ze alleen maar even stil te zijn en sta ik ondertussen uitgelaten en overenthousiast voor hun neus te springen. Vervolgens is het dan wel de bedoeling dat ze zeggen dat ze het ook zulke mooie muziek vinden. Anders ben ik teleurgesteld, evenzeer in hun muzieksmaak als in hun vriendschap. Kleine moeite toch?
Zou mijn ipod dit soort sentimenten nou ook kennen als muziekliefhebber? Dat hij eigenlijk laaiend is wanneer ik zijn favoriete nummer 'Viva la Vida' van Coldplay voor de zoveelste keer doorklik? Hoewel hij sportief genoeg is de door mij aangevraagde plaatjes nog te draaien, moet ik zeggen dat hij de laatste tijd wel wat kortaf overkomt.
De oplossing ligt voor de hand, haal dat nummer eraf! Los van het feit dat ik benieuwd ben of dit überhaupt zoden aan de dijk zet, omdat hij bijvoorbeeld in het geheim ergens een back-upje heeft liggen, heb ik hier toch moeite mee. Ik vind het lullig. Ik zou het mijn vrienden ook niet bepaald in dank afnemen wanneer zij mijn lievelingsplaten in stukken breken en door de wc trachten te spoelen terwijl ik de telemarketeer van de Nederlandse Energie Maatschappij net sta af te poeieren.
Daarom heb ik besloten mijn ipod gratie te schenken, we hebben allemaal onze makken. Zo zijn er mensen die zich ergeren aan apparaten. Lang leve het leven!
Het is niet zo dat ik het niet snap ofzo. Heus wel, zelf ben ik eigenlijk geen haar beter en smeer ik mijn vrienden met grote regelmaat ongevraagd mijn nieuwste vondsten of mooiste evergreens aan. Terwijl ik de liedjes draai, hoeven ze alleen maar even stil te zijn en sta ik ondertussen uitgelaten en overenthousiast voor hun neus te springen. Vervolgens is het dan wel de bedoeling dat ze zeggen dat ze het ook zulke mooie muziek vinden. Anders ben ik teleurgesteld, evenzeer in hun muzieksmaak als in hun vriendschap. Kleine moeite toch?
Zou mijn ipod dit soort sentimenten nou ook kennen als muziekliefhebber? Dat hij eigenlijk laaiend is wanneer ik zijn favoriete nummer 'Viva la Vida' van Coldplay voor de zoveelste keer doorklik? Hoewel hij sportief genoeg is de door mij aangevraagde plaatjes nog te draaien, moet ik zeggen dat hij de laatste tijd wel wat kortaf overkomt.
De oplossing ligt voor de hand, haal dat nummer eraf! Los van het feit dat ik benieuwd ben of dit überhaupt zoden aan de dijk zet, omdat hij bijvoorbeeld in het geheim ergens een back-upje heeft liggen, heb ik hier toch moeite mee. Ik vind het lullig. Ik zou het mijn vrienden ook niet bepaald in dank afnemen wanneer zij mijn lievelingsplaten in stukken breken en door de wc trachten te spoelen terwijl ik de telemarketeer van de Nederlandse Energie Maatschappij net sta af te poeieren.
Daarom heb ik besloten mijn ipod gratie te schenken, we hebben allemaal onze makken. Zo zijn er mensen die zich ergeren aan apparaten. Lang leve het leven!
vrijdag 19 maart 2010
Jan des Bouvrie
Er was een tijd dat ik nog belletje trok bij Jan des Bouvrie.
In ons dorp stond Jan bekend als opvliegend waar het ging om belletje trekken. Naar verluid had hij een binnenhuishark bij de voordeur staan waar hij rood aangelopen mee boven het hoofd zwaaide wanneer hij de deur opende en daar niemand aantrof. Hij zou het schorriemorrie wel eens even de stuipen op het lijf jagen, opdat zij nimmer meer het lef zouden hebben hem voor niets van zijn bank te lichten.
Het sorteerde niet het gewenste effect. Belletje trekken bij Jan werd een hit. Van alle kanten van het dorp stroomden jongelui speciaal naar de Kuluut om bij Jan aan de bel te trekken en het vervolgens op een lopen te zetten. Zelfs de meest brave jongens en meisjes ontdekten de schorriemorrie in zichzelf. De echte waaghalzen gingen achter een struik zitten om de reactie van de gedupeerde des Bouvrie goed te kunnen aanschouwen.
Ik was geen waaghals en als ik niet zo graag de schijn voor mijn grote broer hoog had willen houden, had ik vermoedelijk in mijn jeugd überhaupt nul dappere of avontuurlijke dingen gedaan. Omdat ik ook absoluut niet achter een struik durfde te gaan zitten kijken, vond ik belletje trekken ook weinig aan. Maar tsja, mijn broer wilde en dus ging ik braaf met hem mee.
Het was klaarlichte dag, hetgeen mijn zenuwen geen goed deed. We bedachten een plan en gingen ter uitvoer. Minutenlang zaten we met een hartslag van 180 (ik althans) bij de buren in de tuin op de uitkijk. Niets..
Ik wilde weg, vond het welletjes geweest. Mijn broer niet en terwijl ik mijn vluchtroute koos, drukte hij voor een tweede keer op de bel. Nog voor hij halverwege de oprit was, stond Jan in het deurgat. Zonder hark, dat scheelde. Mijn broer hield stil, waarna ik tot stilstand werd gemaand door de dwingende stem van de man des huizes. Schoorvoetend gehoorzaamden we Jan en liepen achter hem aan naar binnen. Schrikbeelden van hoe mijn broer en ik eigenhandig door Jan achter het behang zouden worden geplakt of erger, levend onder het beton terecht zouden komen, flitsten voor mijn ogen voorbij.
Jan had een leuk huis, dat lag nog in de lijn der verwachting. We volgden hem naar zijn riante keuken alwaar we werden geacht plaats te nemen aan de teak-houten keukentafel. Ik plaste bijna in mijn broek van angst en hield mijn ogen stijf dichtgeknepen. Toen Jan me erop wees dat het wel zo beleefd was even mijn ogen te openen, verscheen op mijn netvlies een groot glas priklimonade en een hele dikke Prince-choco-koek! Thuis kregen wij alleen op zaterdagavond 1 glaasje priklimonade en deze grote koeken had ik nog nooit ergens anders dan in mijn stoutste dromen gezien. We moesten wel even praten van Jan over onze verschrikkelijke daden en dat hebben we uiteraard zeer berouwvol met serieuze snoeten gedaan.
Inmiddels kan ik prince-koeken kopen van mijn eigen geld en altijd trek ik dan op de terugweg van de supermarkt even bij iemand aan de bel. Met weemoed terugdenkend aan die middag bij Jan ren ik vervolgens met verhoogde hartslag weg...
In ons dorp stond Jan bekend als opvliegend waar het ging om belletje trekken. Naar verluid had hij een binnenhuishark bij de voordeur staan waar hij rood aangelopen mee boven het hoofd zwaaide wanneer hij de deur opende en daar niemand aantrof. Hij zou het schorriemorrie wel eens even de stuipen op het lijf jagen, opdat zij nimmer meer het lef zouden hebben hem voor niets van zijn bank te lichten.
Het sorteerde niet het gewenste effect. Belletje trekken bij Jan werd een hit. Van alle kanten van het dorp stroomden jongelui speciaal naar de Kuluut om bij Jan aan de bel te trekken en het vervolgens op een lopen te zetten. Zelfs de meest brave jongens en meisjes ontdekten de schorriemorrie in zichzelf. De echte waaghalzen gingen achter een struik zitten om de reactie van de gedupeerde des Bouvrie goed te kunnen aanschouwen.
Ik was geen waaghals en als ik niet zo graag de schijn voor mijn grote broer hoog had willen houden, had ik vermoedelijk in mijn jeugd überhaupt nul dappere of avontuurlijke dingen gedaan. Omdat ik ook absoluut niet achter een struik durfde te gaan zitten kijken, vond ik belletje trekken ook weinig aan. Maar tsja, mijn broer wilde en dus ging ik braaf met hem mee.
Het was klaarlichte dag, hetgeen mijn zenuwen geen goed deed. We bedachten een plan en gingen ter uitvoer. Minutenlang zaten we met een hartslag van 180 (ik althans) bij de buren in de tuin op de uitkijk. Niets..
Ik wilde weg, vond het welletjes geweest. Mijn broer niet en terwijl ik mijn vluchtroute koos, drukte hij voor een tweede keer op de bel. Nog voor hij halverwege de oprit was, stond Jan in het deurgat. Zonder hark, dat scheelde. Mijn broer hield stil, waarna ik tot stilstand werd gemaand door de dwingende stem van de man des huizes. Schoorvoetend gehoorzaamden we Jan en liepen achter hem aan naar binnen. Schrikbeelden van hoe mijn broer en ik eigenhandig door Jan achter het behang zouden worden geplakt of erger, levend onder het beton terecht zouden komen, flitsten voor mijn ogen voorbij.
Jan had een leuk huis, dat lag nog in de lijn der verwachting. We volgden hem naar zijn riante keuken alwaar we werden geacht plaats te nemen aan de teak-houten keukentafel. Ik plaste bijna in mijn broek van angst en hield mijn ogen stijf dichtgeknepen. Toen Jan me erop wees dat het wel zo beleefd was even mijn ogen te openen, verscheen op mijn netvlies een groot glas priklimonade en een hele dikke Prince-choco-koek! Thuis kregen wij alleen op zaterdagavond 1 glaasje priklimonade en deze grote koeken had ik nog nooit ergens anders dan in mijn stoutste dromen gezien. We moesten wel even praten van Jan over onze verschrikkelijke daden en dat hebben we uiteraard zeer berouwvol met serieuze snoeten gedaan.
Inmiddels kan ik prince-koeken kopen van mijn eigen geld en altijd trek ik dan op de terugweg van de supermarkt even bij iemand aan de bel. Met weemoed terugdenkend aan die middag bij Jan ren ik vervolgens met verhoogde hartslag weg...
Abonneren op:
Posts (Atom)