kwam en ging eerst Juriaan, de hulpvaardige student
kwamen en gingen Jesse en zijn oma: 'hij is altijd zo handig'
GROWTH The only thing Constant in this world Is Change That's Why Today I take life as it comes
In beide boeken die ik lees, gaat het op exact hetzelfde moment over een hamster die op tragische wijze aan zijn eind komt. Even denk ik dat ik moet stoppen met synchroon boeken lezen, dat ik er te oud voor word. Tot zover de meevaller.
De hamster in boek 1 heet Archibalt en zijn elfjarige baasje denkt dat hij verhongerd is door haar afwezigheid. Tiesje is de hamster in boek 2, die door de broer van de hoofdpersoon wordt vermoord in een glas water en zij deed niks, zij lachte alleen.
Mijn eigen hamsterervaringen getuigen niet van veel meer barmhartigheid. Eerst was daar Pitje, toen Witje, toen Watje. Ze hebben allemaal niet lang geleefd. Mijn broer, zus en ik wilden dolgraag een huisdier, maar vanaf het moment dat de eerste hamster daadwerkelijk met zijn kraaloogjes de huiskamer in staarde, hadden we er toch maar bar weinig interesse in. Vermoedelijke doodsoorzaak van het pluizige drietal: gebrek aan aandacht. Zozeer zelfs dat we Pitje levend begraven hebben. Per ongeluk, dat wel. Nadat iemand ons vertelde dat hamstertjes een koud balletje worden als ze hun winterslaap houden, hebben we hem direct opgegraven. Eenmaal op de verwarming opende Pitje weer vrolijk de oogjes.
Na Watje was het klaar. Het mocht niet meer. Reden temeer om in het diepste geheim een nieuwe hamster te verwelkomen. Stip kreeg een stuk meer aandacht dan Pitje, Witje en Watje bij elkaar. In de schuur hadden mijn broer en ik zelf een hok voor Stip getimmerd, dat goed verstopt zat achter een van de levensgrote schilderijen op zijn kamer. Zodra we thuis van school waren, mocht Stip uit zijn schuilplaats en speelden we met hem, tot mijn broer allergisch bleek. De huisarts kon maar niet begrijpen dat wij geen huisdier hadden. 'Misschien de hond van mijn vriend Danny?' opperde mijn broer met een klein straaltje zweet op zijn pezige jongensrug. Stip verhuisde naar mijn kamer. Het schilderij kon niet zonder meer mee, daarom kreeg het pluizenbolletje een plek in de kast onder mijn bureau. Hij maakte vreselijk veel lawaai, vooral in de nacht als ik wilde slapen. Zoete wraak of zijn natuur? Hoe dan ook, Stip is kort na die verhuizing overleden.
Pas nu ik lees over de schuldgevoelens van andere baasjes, komt de zelfreflectie. Rijkelijk laat, en daarbij kan ik alleen maar hopen dat hij echt dood was, onze Stip, toen mijn broer en ik hem begroeven in een sigarenkistje in een holletje in onze achtertuin.
Mijn zoon van vijf ontvoert de pop van zijn zus en geeft haar een nieuwe naam: Annabel. Dit moet bevestigen dat het zijn kind is vandaag. Nadat hij haar een schone luier heeft gegeven (nooit de deur uit zonder een schone broek), legt hij Annabel teder in het rode rieten poppenwagentje waar oma destijds nog een nieuwe stoffen kap voor heeft gemaakt. Het opvouwbare kapje wordt liefdevol omhoog geschoven en vastgezet, zodat de zon niet in het kleine poppengezichtje zal schijnen.
In zijn blauw-witte haaienpyjama trekt hij naar buiten om wat rond te scharrelen op de pleintjes voor ons huis. Een wildvreemde vrouw fietst langs en wordt tot stilstand gemaand. Of ze even naar zijn kindje wil kijken. De vrouw kan niet anders dan over haar stuur in de poppenwagen turen en iets liefs zeggen. 'Ik ben de papa,' vertelt mijn zoon. 'Ze kan ook plassen als ze gedronken heeft.' Of de vrouw dat misschien ook nog even wil zien. Ja? Hij is al bezig. Hij legt Annabel op de straatstenen, lomper nu, zich bewust van de tijdsdruk. Het flesje wordt vlotjes in haar mond leeg gedrukt en al snel zit Annabel kletterend op het potje.
Mijn zoon kijkt de vrouw trots aan. 'Ze heeft alleen nog niets geknutseld,' zegt hij.