maandag 7 juli 2008

La vie en rose

Net als ieder normaal, gezond en weldenkend mens heb ik een grote hekel aan welke huishoudelijke activiteit dan ook. Stoffen, stofzuigen, dweilen, keuken, badkamer...het doet er niet toe, ik vind het allemaal even verschrikkelijk.

Hoe ik mezelf ooit geloofwaardig door het sollicitatiegesprek voor de functie van kamermeisje heb geworsteld, is mij nog altijd een raadsel. Een uiterst chique Monagask hotel, want voor minder deed ik het niet...er zijn grenzen. Het 'tenue de travail' dat ik tijdens mijn werkzaamheden geacht werd te dragen diende het welgestelde karakter van het établissement uit te stralen. Hetgeen er kort gezegd op neerkwam dat ik in een kort zwart rokje werd gehezen met daarop een elegant en stijlvol blousje met zwierige franjes. Het laat zich raden, de franjes bleven overal achter haken en mijn rokje was te kort om op enigszins presentatieve wijze - mochten de gasten per abuis aanwezig zijn - het bad een beetje fatsoenlijk te schrobben.

Ik ben echt de flauwste niet, maar de viezigheid die ik daar heb gezien, is in de daaropvolgende jaren nooit meer geëvenaard. Hoewel ik me niet erg druk kan maken over het al dan niet verwisselen van wc-rollen, begrijp ik werkelijk niet waarom er mensen zijn die zich de moeite niet getroosten even op de doorspoelknop te drukken. In het bijzonder na gedane grote boodschap. Voorts trof ik structureel enorme hoeveelheden 'haar' aan, van alle soorten en maten waarmee ik wil zeggen dat het niet enkel hoofdhaar betrof. Als craquelé op porselein lag het over de - door mijzelf de dag tevoren nog glimmend gepolijste - vloer verspreid. Het ranzigst echter was het braaksel in een wasbak, de niet helemaal lekker geworden gast in kwestie had speciaal voor de gelegenheid de stop er even in gedaan. De bolletjes kaviaar en stukjes schaaldier kon ik nog net ontwaren.

Maar er waren daarentegen ook aardige gasten, die een fooi achter lieten voor het kamermeisje. Ik hoor het zo'n man zo zeggen tegen zijn vrouw: “ach dat is toch leuk voor zo’n meisje”. Gierige vrouw-lief denkt daar uiteraard anders over en aanschouwt het geheel vanuit haar ooghoeken met een lang en afkeurend gezicht. Gelukkig is de man aan haar toch al beduimelde zijde voor één keer doortastend genoeg en om te voorkomen dat het geld in verkeerde handen zou komen, stopte hij de ronde glimmende euro wijzelijk tussen de lakens. Niet dat ik er veel mee kon, wanneer ik die euro via mijn bh stiekem het hotel had uitgeloodst, kon ik er hoogstens een pak melk en een paar eieren van kopen. Maar toch, het ging om het idee, de vreugde die zoiets teweeg bracht. Want ik kan je vertellen, het is een zeer vreugdevol moment voor een kamermeisje wanneer zij de lakens wegtrekt en vrolijk gerinkel haar oorschelp bereikt.

Officieel behoorde dit geld uiteraard in een pot te gaan om later ‘eerlijk’ onderling te verdelen onder alle kamermeisjes, maar daar was ik veel te wantrouwig voor. Ik wilde best geloven dat de mens in wezen goed is, maar niet wanneer het over geld ging. Dat zul je zien, stopte ik al mijn zuurverdiende euro's in die zogenaamde 'algemene pot', zou de rest van de kamermeisjes het hotel met volle bh’s verlaten. Nee hoor, dan had ik ook maar liever afdrukken van munten op mijn tieten bij thuiskomst. Heerlijk, omeletje erbij, glaasje melk hmm...

Spaaraktie

Misschien is het een idee om spaarzegeltjes op wc-rollen te doen. Die je dan bemachtigt op het moment dat je een nieuwe rol op de houder hebt gedaan.

dinsdag 1 juli 2008

Wie durft?

Eén ding is zeker. Het rookverbod dat vanaf vandaag van kracht zal zijn, doet het nodige stof opwaaien. Op zichzelf ben ik daar alleen al blij mee!

Roken is en blijft een probleem. Niet alleen voor de meerokers onder ons, maar ook voor de rokers zelf. Er zijn er immers maar weinigen die écht enthousiast zijn over het feit dat ze verslaafd zijn en volkomen afhankelijk van het onbenullige met tabak volgestouwde papieren kokertje. Uit mijn rondvraag onder een aanzienlijk aantal rokers kwam naar voren dat ze één voor één “diep van binnen hè”, “als ik dan echt heel eerlijk ben” het liefst gestopt zouden willen zijn met roken. Enkel de angst voor het falen, het snakken naar, het moeilijk hebben maakt dat ze er niet toe komen.

Tsja en wat is er in zo’n geval makkelijker dan praten over de betutteling, het ongemak en de problemen die het rookverbod kan veroorzaken? Nicotine, koolmonoxide, teer en kanker zijn te griezelig om onderwerp van discussie te laten zijn, laat staan reëel over na te denken.

Wie durft? Zijn kop uit het zand te halen en zichzelf in de ogen te kijken?

zaterdag 28 juni 2008

Sleur

Op een gegeven moment ga je denken in tekstjes
Zie je een verhaal in alles om je heen.
Zoals fotografen de wereld zien in gekaderde beelden.
Ben je dan slaaf aan het worden van je eigen liefhebberij?
Ook als je er nogsteeds plezier aan beleeft?

donderdag 26 juni 2008

Wie niet waagt, wie niet wint

Hij trok een koffertje op wielen achter zich aan.
En dat bracht me op een idee .
Ik hoorde het mezelf zeggen: "zitten daar ook slaapspulletjes in en kom je dan bij mij logeren misschien?"
Hij keek me peinsend aan en ik kon hem geen ongelijk geven.
Nooit eerder hadden wij elkaar gezien.
Toch voelde de blik van zijn pretoogjes vertrouwd.
Ik had geen haast en wachtte geduldig op zijn antwoord.
Zwaaide nog naar een bekende op de fiets.
Hij pakte mijn hand en zwierde zijn koffertje sierlijk langs zij.
En zo begon ons leven samen.
Zijn koffertje staat nogsteeds bij mij thuis.
Hij is er niet altijd bij, maar als hij er is...is het feest.
Dan vieren wij onze levenslange logeerpartij!

maandag 23 juni 2008

Avondrood

Ook het avondrood heeft goud in de mond.
Ik liep net langs de gereguleerde tippelzone en twijfelde even...of het wel verstandig was de zonsondergang op deze vroeg zomeravond te gaan genieten. Nu ik op mijn favoriete verlaten plekje zit, lijkt alles vergeten. De priemende, geile mannenblikken hebben plaats gemaakt voor een kleurenwaaier die al schitterend reflecteert in de rivier. Het water kabbelt rustgevend. Een met erts beladen duwboot vaart stroomopwaarts aan me voorbij.
Surreëel doet dit uitzicht aan. Alsof er een knap geschilderd meesterwerk rond mij heen is geplaatst. Zelfs de Honigfabriek staat parmantig mooi te wezen in dit decor. En dat alles op een steenworp afstand van mijn huis. Geluk is binnen handbereik, zo zie je maar.

zaterdag 21 juni 2008

over kaboutervriendschap

De kabouter liep kordaat voorwaarts
De vlakte trotserend die zich voor hem uitstrekte
Dat het slechts een kleine open plek in een heel groot bos was, kon de kabouter niet bevroeden.
Hij kwam een andere kabouter tegen, zoals dat gaat.
De andere kabouter wist ook van niks en ze werden vrienden, boezemvrienden.
Samen vervolgden ze hun weg over de oneindige vlakte.

Niet lang daarna biechtte de ene kabouter in alle eerlijkheid aan de andere kabouter op dat hij nog nooit een boezemvriend gehad had. Waarop de andere kabouter zweeg...hij wilde het magische van een eerste vriendschap niet onttoveren door zijn deceptie over voorgaande vriendschappen met de ene kabouter te delen. Of hij hem daarmee beschermde of hem juist iets ontnam wist hij niet goed.

De jaren verstreken. De ene en de andere kabouter ondernamen van alles samen; ze gingen op reis, kietelden elkaar soms onder de voeten, verrasten elkaar, zongen liedjes voor het slapen gaan en deden dingen voor de ander waar ze misschien zelf helemaal niet zo'n zin in hadden.

Op een dag werd de ene kabouter ziek en ging hij dood. De andere kabouter miste hem ontzettend. Hij moest toegeven dat de ene kabouter ook zijn boezemvriend geworden was. En nu was ie weg, zomaar omdat doodgaan er nou eenmaal bij schijnt te horen. En de een nu eenmaal vroeger gaat dan de ander. Dat dat volstrekt oneerlijk is, deed er blijkbaar niet toe. Wat moest hij nu? Op zoek naar een nieuwe boezemvriend, hij had zelf hoogstens nog een paar jaar te leven. Had het dan nog wel zin? Hij struinde de oneindige vlakte af, maar die was zo groot dat hij er de jaren die hem restte geen eentje tegen kwam. En zo stierf de dappere kabouter die nooit had opgegeven eenzaam en alleen.

I wish

In de laatste IS* viel mijn oog op een vertederende fotoreportage waarin wensen van Zuid-Afrikanen waren opgetekend. Jong en oud, zwart en blank, rijk en arm mochten hun wens opschrijven om hier vervolgens mee geportretteerd te worden.
Een lui uitziende man schreef: 'I wish I had a job', op het papier van een klein verlegen meisje met piekhaartjes stond te lezen: 'I wish love' en een jongetje in de bloei van zijn pubertijd wenste dat hij 'Jezus' was.

"Durf te dromen" schreef ik laatst.
En nu denk ik, dat is makkelijk gezegd vanuit de fortuinelijke positie waarin ik mij bevind.
Als ik een wens op zou mogen schrijven, dan hoef ik geen baan te wensen want die heb ik al. Ook heb ik het geluk omringd te worden door vrede en liefde. Alleen Jezus ben ik niet. En hoewel ik hem bewonder, verlang ik er niet naar in zijn schoenen te staan. Maar waar droom ik dan nog wel van, wat heb ik nog te wensen?

Toen ik een Afrikaanse jongen eens vroeg wat hij zou willen studeren als hij de mogelijkheid had, kon hij me geen antwoord geven. Nooit had hij de gedachte zo ver durven laten gaan, bang voor de teleurstelling die er onvermijdelijk op zou volgen. Gemaskeerde gedrevenheid, passies bedekt met een beschermend laagje stof. Hoe dikker en plakkerig de laag, hoe moeilijker verwijderbaar.

Ja, ik hou van bevlogenheid
Bewonder mensen die hun dromen najagen
Maar sta ook weer even stil bij de zwijgende dromen die niet gedroomd durven worden.


* Internationale Samenwerking is een gratis maandblad over ontwikkelingssamenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken

dinsdag 17 juni 2008

Euthanasie

Doorgaans is er pas sprake
van uitzichtloos en ondraaglijk lijden
wanneer het stadium van wilsbekwaamheid
reeds is gepasseerd.

En dan is de vraag
lijden mensen die niet meer weten dat ze lijden?
Die niet meer weten wat lijden is?
En zou het daarom dan ook geen pijn meer doen?

Anticiperen op wat jij
voor jezelf
uitzichtloos of ondraaglijk acht
mag niet.
De wet vindt in ieder geval dat dat niet telt.

En wellicht is dat nog wel het ergste
De tijd die eraan vooraf gaat
De angst die ermee gepaard gaat
De angst voor een mensonwaardig leven
waarvan op het moment dat het zover is
de wet zegt dat zij niet bestaat.

maandag 16 juni 2008

De een z'n dood

Zij plengden hun tranen
De één uit vreugde
De ander in droefenis
Uitbundigheid en zwijgzaamheid
Niet hand in hand
Maar zij aan zij
Beaamde trots voedt twijfel
Helden voor één dag
Op z'n minst
En den ander wordt verguisd