Ik voelde me net Ronja de Roversdochter
Mijn haren door de war
Een gat in mijn knie
Een tak in mijn hand
Die tak was een speer
En de achtertuin een woud
Dat ik overzag vanuit mijn boomhut, de burcht
Ik deed alles in die hut
Ik at (dropjes) in de hut
Sliep in de hut
Oefende onnozele geluidjes in de hut
En deed net alsof ik nergens bang voor was in de hut
En als ik niet in de hut zat
Ging ik op zoek naar aardmannetjes en trollen
Rende ik rap in de rondte
Ik,
Samen met mijn fantasie
Op hol geslagen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten