Het kind keek bedremmeld naar de grond
Het moest immers met zijn tengels overal vanaf blijven
En dat terwijl moeder er lustig op los graaide
Zijn kleine handjes jeukten
Maar hij gunde zijn moeder niet de eer
Hem de beloofde draai om zijn oren te geven.
"Mag ik wel kijken met de ogen naar alle spulletjes?"
En dat mocht
Hij keek gulzig in het rond
Stelde zich voor hoe die spulletjes aan moesten voelen
Wat hij ermee zou doen als het van hem zou zijn
Maar ook wat er gebeuren zou als hij die kasten om zou duwen
Dan kon hij mooi een grote toren bouwen
En daar dan bovenop klauteren
Zijn moeder trok hem aan de arm
Opeens stonden ze bij de uitgang
Net nu hij het zo naar zijn zin had
Hij liet zich meevoeren naar buiten
En het alarm begon te loeien.
GROWTH The only thing Constant in this world Is Change That's Why Today I take life as it comes
zondag 13 april 2008
zaterdag 12 april 2008
Dat vraag ik me dan af
Waarom kan toch niemand je behoeden voor fouten
wanneer je op het punt staat ze te maken?
wanneer je op het punt staat ze te maken?
zondag 30 maart 2008
Compliment
"Ik vind de opgewektheid in je ogen zo leuk"
dat is wat hij tegen me zei en ik voelde me gevleid
want het is een compliment en het is altijd leuk om complimenten te krijgen.
Ik keek hem aan en hij had een leuk gezicht.
Toch besloot ik dat het beter was niet naar dat leuke gezicht te lachen.
In plaats daarvan zei ik hem dat ik er niet van hield om in een goed huwelijk te stoken.
Het bleef stil en schuldbewust keek hij me aan
"Nee" zei ik, "ook niet in een slecht huwelijk nee".
dat is wat hij tegen me zei en ik voelde me gevleid
want het is een compliment en het is altijd leuk om complimenten te krijgen.
Ik keek hem aan en hij had een leuk gezicht.
Toch besloot ik dat het beter was niet naar dat leuke gezicht te lachen.
In plaats daarvan zei ik hem dat ik er niet van hield om in een goed huwelijk te stoken.
Het bleef stil en schuldbewust keek hij me aan
"Nee" zei ik, "ook niet in een slecht huwelijk nee".
dinsdag 25 maart 2008
Ja, ik wil
Hij wil met haar trouwen
Niets liever dan dat
Maar zij ligt in coma, al jaren
en kan haar ja-woord niet geven
Hij gaat op zijn knieën
heeft ringen en al,
liefkozende woorden
Het is maar een vraag
en wie zwijgt, stemt toch toe?
Teder pakt hij haar hand
Zij opent haar ogen, maar ziet niets
Dat is wat ze zeggen
dat zij niet hoort, noch voelt
ook niet voor hem
niet meer
Niets liever dan dat
Maar zij ligt in coma, al jaren
en kan haar ja-woord niet geven
Hij gaat op zijn knieën
heeft ringen en al,
liefkozende woorden
Het is maar een vraag
en wie zwijgt, stemt toch toe?
Teder pakt hij haar hand
Zij opent haar ogen, maar ziet niets
Dat is wat ze zeggen
dat zij niet hoort, noch voelt
ook niet voor hem
niet meer
maandag 24 maart 2008
Meningsverschil
Zij zei dat het zo was
"zo is het nou eenmaal"
Maar dat kon ze helemaal niet weten
En dus sprak hij haar tegen
"volgens mij hoeft dat niet per se zo te zijn"
Zoals verwacht
viel dat niet in goede aarde
Met een behendige sprong zat zij op de kast en schreeuwde:
"maar ik weet het zeker!!"
"dat denkt ze", dacht hij
"zo is het nou eenmaal"
Maar dat kon ze helemaal niet weten
En dus sprak hij haar tegen
"volgens mij hoeft dat niet per se zo te zijn"
Zoals verwacht
viel dat niet in goede aarde
Met een behendige sprong zat zij op de kast en schreeuwde:
"maar ik weet het zeker!!"
"dat denkt ze", dacht hij
zaterdag 22 maart 2008
Do try this at home
Op de eerste dag van de lente sneeuwt het.
Grote, witte vlokken dwarrelen door de lucht en vormen zich tot maagdelijke toupetjes op de hoofden van kale mannen. Ik zit met beslagen bril op mijn fiets en zie eruit als een geboggeld michelinmannetje. Over mijn dikke winterse houtje touwtje jas, draag ik allereerst een dikke, wiebelige tas en daaroverheen een poncho. In mijn schoot blijft de sneeuw geduldig liggen. Wachtend op de sneeuwbal die ik zodadelijk in elkaar zal vouwen.
Het is waternat, ik zie geen hand voor ogen en als dan mijn ketting eraf loopt, heb ik toch eigenlijk alle reden om eens flink chagrijnig te worden zou je zeggen. Een passerende lotgenoot, redt mij echter van deze ondergang. Tierend en scheldend fietst hij in pure razernij voorbij en dat roept iets vrolijks op. Sterker nog, het zet mij ertoe aan het volgende experimentje uit te voeren: Blij kijken in slecht weer!
Het valt niet mee, want vlokken vliegen je in de ogen als je ze niet dichtknijpt, zelfs een bril helpt daar niet tegen. En je lach schalt niet lekker daar zij weggevaagd wordt door het ruisen van de wind. Ook moet je je krachten bundelen om je te wapenen tegen de grillen van de natuur, hoeveel houd je dan nog helemaal over voor nevenactiviteiten?
Maar voor één gat ben ik niet te vangen en dus zet ik een muziekje op in mijn hoofd en neurie mee. De inspanning loont, het werkt door op mijn gemoed. Het getik op mijn plastic muts laat mij wegdromen naar een knus tentje op een stille Franse camping, alwaar ik laag doch droog met een boek van Ronja de Roversdochter op mijn slaapzak lig terwijl het liedje rustig door speelt. Dat deze associatie überhaupt bij me opkomt in de godvergeten zoveelste bui deze week komt zonder twijfel door mijn inspanningen om te blijven lachen.
Do try this at home!
Grote, witte vlokken dwarrelen door de lucht en vormen zich tot maagdelijke toupetjes op de hoofden van kale mannen. Ik zit met beslagen bril op mijn fiets en zie eruit als een geboggeld michelinmannetje. Over mijn dikke winterse houtje touwtje jas, draag ik allereerst een dikke, wiebelige tas en daaroverheen een poncho. In mijn schoot blijft de sneeuw geduldig liggen. Wachtend op de sneeuwbal die ik zodadelijk in elkaar zal vouwen.
Het is waternat, ik zie geen hand voor ogen en als dan mijn ketting eraf loopt, heb ik toch eigenlijk alle reden om eens flink chagrijnig te worden zou je zeggen. Een passerende lotgenoot, redt mij echter van deze ondergang. Tierend en scheldend fietst hij in pure razernij voorbij en dat roept iets vrolijks op. Sterker nog, het zet mij ertoe aan het volgende experimentje uit te voeren: Blij kijken in slecht weer!
Het valt niet mee, want vlokken vliegen je in de ogen als je ze niet dichtknijpt, zelfs een bril helpt daar niet tegen. En je lach schalt niet lekker daar zij weggevaagd wordt door het ruisen van de wind. Ook moet je je krachten bundelen om je te wapenen tegen de grillen van de natuur, hoeveel houd je dan nog helemaal over voor nevenactiviteiten?
Maar voor één gat ben ik niet te vangen en dus zet ik een muziekje op in mijn hoofd en neurie mee. De inspanning loont, het werkt door op mijn gemoed. Het getik op mijn plastic muts laat mij wegdromen naar een knus tentje op een stille Franse camping, alwaar ik laag doch droog met een boek van Ronja de Roversdochter op mijn slaapzak lig terwijl het liedje rustig door speelt. Dat deze associatie überhaupt bij me opkomt in de godvergeten zoveelste bui deze week komt zonder twijfel door mijn inspanningen om te blijven lachen.
Do try this at home!
donderdag 13 maart 2008
Nachtmerrie
Vannacht had ik een nachtmerrie
Een goeie 'gouwe ouwe' zou je kunnen zeggen
Alhoewel...
oud kan ik wel onderschrijven, maar of hij ook goud waard was?
Ik werd wakker met het angstzweet op mijn lijf
durfde me nauwelijks nog te bewegen
bang dat de man onder mijn bed het merken zou
en toe zou slaan
alsof hij daar geduldig zou blijven wachten tot ik eindelijk eens wakker werd
alsof hij daar uberhaupt na binnenkomst onder zou kruipen,
niet echt een aantrekkelijke uitgangspositie
maargoed je weet nooit hoe een koe een haas vangt
Zulke angst had ik sinds mijn kindertijd niet meer gevoeld
en toen bedacht ik me
hoe Godsgruwelijk bang we als kind eigenlijk jarenlang voor dingen zijn geweest
en hoe dapper we met z'n allen waren door die angsten steeds opnieuw weer aan te gaan
daar kan menig volwassene toch een puntje aan zuigen
Een goeie 'gouwe ouwe' zou je kunnen zeggen
Alhoewel...
oud kan ik wel onderschrijven, maar of hij ook goud waard was?
Ik werd wakker met het angstzweet op mijn lijf
durfde me nauwelijks nog te bewegen
bang dat de man onder mijn bed het merken zou
en toe zou slaan
alsof hij daar geduldig zou blijven wachten tot ik eindelijk eens wakker werd
alsof hij daar uberhaupt na binnenkomst onder zou kruipen,
niet echt een aantrekkelijke uitgangspositie
maargoed je weet nooit hoe een koe een haas vangt
Zulke angst had ik sinds mijn kindertijd niet meer gevoeld
en toen bedacht ik me
hoe Godsgruwelijk bang we als kind eigenlijk jarenlang voor dingen zijn geweest
en hoe dapper we met z'n allen waren door die angsten steeds opnieuw weer aan te gaan
daar kan menig volwassene toch een puntje aan zuigen
zaterdag 23 februari 2008
Opmerkelijke mensen
In de stad, zaterdagmiddag.
Ik heb haar niet opgemeten, maar groter dan 1 meter 50 kan ze onmogelijk geweest zijn. Houding krom gebogen met een pittig sprekend gelaat. Stokoud, maar geen stok, nee zeker geen stok! Wel een stel goede solide schoenen aan haar verschrompelde kleine voetjes. Kordate rok tot over de knie en een fleurig, soepel dekentje om haar smalle hoofd gebonden. Trekt ze me daar heel resoluut een nasibal uit de muur. Ze verorbert hem ter plaatse.
Stukje verderop een man, alleen…met een ondefinieerbaar muziekinstrument in zijn handen. Olijke kop, vriendelijke blik. Het enthousiasme waarmee hij daar zijn muzikale talenten tentoon spreidt is ongekend. De bereidheid te delen. Het voorbij wandelende publiek neemt er de tijd niet voor, behalve…
…een klein meisje dat aan komt rennen met een parapluutje waar ze de wind in vangt. Ze struikelt bijna over haar eigen voeten en komt dan tot stilstand, vlak voor de muzikant. Als betoverd beweegt ze haar hoofd schuin, kijkt, wacht af. Na een tijdje nadert ze hem behoedzaam en gaat pal voor hem zitten. In alle rust, zonder kinderlijk ongeduld.
Tot haar moeder haar aan ene arm optrekt en vraagt of ze helemaal gek is geworden. Meegesleurd achter moeders aan, kijkt het meisje achterom. Lachend kijken de muzikant en het kind naar elkaar tot de hoek hun blikken van elkaar doet scheiden.
Een fietser rijdt over de muts van de muzikant heen. De vrijwillige bijdrage van passanten rinkelt vrolijk mee op de muziek. Een enkele omstander kijkt verbaasd naar de jongen op zijn fiets. Een zwarte man springt achterop en tikt hem op de schouder.
Ik hoor een schot en de persoon naast me neemt zijn telefoon al rappend op. Een clown maakt een koprol van de roltrap en een verbouwereerde puber krijgt een roos aangereikt van haar kersverse vriend. Twee oudjes eten samen patatjes uit een puntzak. En een van die twee ben ik.
Ik heb haar niet opgemeten, maar groter dan 1 meter 50 kan ze onmogelijk geweest zijn. Houding krom gebogen met een pittig sprekend gelaat. Stokoud, maar geen stok, nee zeker geen stok! Wel een stel goede solide schoenen aan haar verschrompelde kleine voetjes. Kordate rok tot over de knie en een fleurig, soepel dekentje om haar smalle hoofd gebonden. Trekt ze me daar heel resoluut een nasibal uit de muur. Ze verorbert hem ter plaatse.
Stukje verderop een man, alleen…met een ondefinieerbaar muziekinstrument in zijn handen. Olijke kop, vriendelijke blik. Het enthousiasme waarmee hij daar zijn muzikale talenten tentoon spreidt is ongekend. De bereidheid te delen. Het voorbij wandelende publiek neemt er de tijd niet voor, behalve…
…een klein meisje dat aan komt rennen met een parapluutje waar ze de wind in vangt. Ze struikelt bijna over haar eigen voeten en komt dan tot stilstand, vlak voor de muzikant. Als betoverd beweegt ze haar hoofd schuin, kijkt, wacht af. Na een tijdje nadert ze hem behoedzaam en gaat pal voor hem zitten. In alle rust, zonder kinderlijk ongeduld.
Tot haar moeder haar aan ene arm optrekt en vraagt of ze helemaal gek is geworden. Meegesleurd achter moeders aan, kijkt het meisje achterom. Lachend kijken de muzikant en het kind naar elkaar tot de hoek hun blikken van elkaar doet scheiden.
Een fietser rijdt over de muts van de muzikant heen. De vrijwillige bijdrage van passanten rinkelt vrolijk mee op de muziek. Een enkele omstander kijkt verbaasd naar de jongen op zijn fiets. Een zwarte man springt achterop en tikt hem op de schouder.
Ik hoor een schot en de persoon naast me neemt zijn telefoon al rappend op. Een clown maakt een koprol van de roltrap en een verbouwereerde puber krijgt een roos aangereikt van haar kersverse vriend. Twee oudjes eten samen patatjes uit een puntzak. En een van die twee ben ik.
zaterdag 9 februari 2008
Lachen om nix
In tijden niet zo gelachen!
Zo luid, lang en duidelijk dat de tranen over mijn gezicht biggelden en mijn buikspieren er spastisch van samentrokken. Een oefening waar ik niet tegenaan kan hardlopen. En hoewel ik rennen heerlijk vind, is dit toch leuker. En minstens zo gezond als ik de wetenschappers mag geloven. Het oude spreekwoord wint langzaam doch gestaag terrein. Ik heb begrepen dat in Engeland de eerste lachklinieken hun deuren onder luid gelach reeds geopend hebben en er in Amerika ziekenhuizen met ‘humorrooms’ bestaan. Mensen hebben daar al hun kennis over en ervaring met het opwekken van lachcontracties zorgvuldig samengebracht.
Ik vraag me dan toch af hoe dat in zijn werk gaat en stel me het volgende voor: een imposante verschijning staat met een olijk gezicht achter een microfoon. “Sluit uw ogen en krul langzaam de mondhoeken, begin vervolgens zachtjes te lachen”. De man, die – hoe kan het anders – gezegend is met een mooie, zwoele, lage stem, begint nu zelf ook rustig te grinniken “he he he” … “heel goed, ga door”, moedigt hij aan. “Vanuit de buik, pas op dat u niet te hoog lacht”. Hoog lachen is natuurlijk funest, dan gaan ze zitten persen terwijl lachen ongedwongen en zonder forceren dient te geschieden. Het publiek laat zich meevoeren en het gehik en gelach vult de ruimte. De trainer buldert inmiddels met wijd open mond en uitpuilende dichtgeknepen ogen midden in de microfoon. Iedereen proest het uit. Inclusief ikzelf nota bene, toeschouwer in mijn eigen gefantaseerde tafereel.
Hoe lang zou zoiets nu doorwerken? Of zou het effect van zo’n lachstuip ook weer afhankelijk zijn van hoe lang er gelachen is en hoe hard precies? Oh…en ik zou toch ook zo graag willen weten hoe die klinieken er dan van binnen uitzien? Met vrolijke kleuren natuurlijk, maar zouden ze ook fopneuzen op de muren hebben geschilderd? Speciale lichteffecten hebben aangebracht die feller gaan schijnen naarmate er harder gelachen wordt?
De sessie is ten einde en al lachend nemen de cursisten afscheid van elkaar. “Het was weer gezellig”, zeggen ze. “Ik heb serieus nog nooit zo hard gelachen”. Ze kennen elkaar nauwelijks, maar lachen zich gek samen om helemaal niets.
Zo luid, lang en duidelijk dat de tranen over mijn gezicht biggelden en mijn buikspieren er spastisch van samentrokken. Een oefening waar ik niet tegenaan kan hardlopen. En hoewel ik rennen heerlijk vind, is dit toch leuker. En minstens zo gezond als ik de wetenschappers mag geloven. Het oude spreekwoord wint langzaam doch gestaag terrein. Ik heb begrepen dat in Engeland de eerste lachklinieken hun deuren onder luid gelach reeds geopend hebben en er in Amerika ziekenhuizen met ‘humorrooms’ bestaan. Mensen hebben daar al hun kennis over en ervaring met het opwekken van lachcontracties zorgvuldig samengebracht.
Ik vraag me dan toch af hoe dat in zijn werk gaat en stel me het volgende voor: een imposante verschijning staat met een olijk gezicht achter een microfoon. “Sluit uw ogen en krul langzaam de mondhoeken, begin vervolgens zachtjes te lachen”. De man, die – hoe kan het anders – gezegend is met een mooie, zwoele, lage stem, begint nu zelf ook rustig te grinniken “he he he” … “heel goed, ga door”, moedigt hij aan. “Vanuit de buik, pas op dat u niet te hoog lacht”. Hoog lachen is natuurlijk funest, dan gaan ze zitten persen terwijl lachen ongedwongen en zonder forceren dient te geschieden. Het publiek laat zich meevoeren en het gehik en gelach vult de ruimte. De trainer buldert inmiddels met wijd open mond en uitpuilende dichtgeknepen ogen midden in de microfoon. Iedereen proest het uit. Inclusief ikzelf nota bene, toeschouwer in mijn eigen gefantaseerde tafereel.
Hoe lang zou zoiets nu doorwerken? Of zou het effect van zo’n lachstuip ook weer afhankelijk zijn van hoe lang er gelachen is en hoe hard precies? Oh…en ik zou toch ook zo graag willen weten hoe die klinieken er dan van binnen uitzien? Met vrolijke kleuren natuurlijk, maar zouden ze ook fopneuzen op de muren hebben geschilderd? Speciale lichteffecten hebben aangebracht die feller gaan schijnen naarmate er harder gelachen wordt?
De sessie is ten einde en al lachend nemen de cursisten afscheid van elkaar. “Het was weer gezellig”, zeggen ze. “Ik heb serieus nog nooit zo hard gelachen”. Ze kennen elkaar nauwelijks, maar lachen zich gek samen om helemaal niets.
vrijdag 1 februari 2008
Ganzenborden
Je laadt je op
Sprokkelt moed bij elkaar
Raakt enthousiast
Zet alles op alles
Je gedrevenheid kent geen grens
Om bij de zoveelste 'second best'-boodschap het hele zorgvuldig opgebouwde roze plaatje als een grijze pudding in elkaar te zien zakken
...Solliciteren
Het lijkt een van de meest zinloze en tijdrovende bezigheden ooit
Het geeft geen enkele voldoening
Doorgaans als je je ergens voor inzet, krijg je daar op z’n minst heel iets kleins voor terug
Kwestie van reciprociteit
Maar van dit fenomeen is in de wereld der solliciterenden geen sprake
Net als bij ganzenbord word je als het een beetje tegen zit steeds weer teruggezet op het eerste vakje
Kun je weer van voren af aan beginnen met je dobbelsteen
Van geluk en lot hangt het aan elkaar
En opgeven heeft geen zin
Ook het bord omgooien niet...helaas
En dus dobbelen we geduldig verder
De weggegooide tijd en verspilde energie ten spijt
Het lichtpuntje in ogenschouw houdend
Het vuurtje brandend
Want een keer lukt het, op een regenachtige dag
En dan is al het leed als sneeuw voor de zon verdwenen
Vergeten en vergeven
Sprokkelt moed bij elkaar
Raakt enthousiast
Zet alles op alles
Je gedrevenheid kent geen grens
Om bij de zoveelste 'second best'-boodschap het hele zorgvuldig opgebouwde roze plaatje als een grijze pudding in elkaar te zien zakken
...Solliciteren
Het lijkt een van de meest zinloze en tijdrovende bezigheden ooit
Het geeft geen enkele voldoening
Doorgaans als je je ergens voor inzet, krijg je daar op z’n minst heel iets kleins voor terug
Kwestie van reciprociteit
Maar van dit fenomeen is in de wereld der solliciterenden geen sprake
Net als bij ganzenbord word je als het een beetje tegen zit steeds weer teruggezet op het eerste vakje
Kun je weer van voren af aan beginnen met je dobbelsteen
Van geluk en lot hangt het aan elkaar
En opgeven heeft geen zin
Ook het bord omgooien niet...helaas
En dus dobbelen we geduldig verder
De weggegooide tijd en verspilde energie ten spijt
Het lichtpuntje in ogenschouw houdend
Het vuurtje brandend
Want een keer lukt het, op een regenachtige dag
En dan is al het leed als sneeuw voor de zon verdwenen
Vergeten en vergeven
Abonneren op:
Posts (Atom)