zondag 30 maart 2008

Compliment

"Ik vind de opgewektheid in je ogen zo leuk"
dat is wat hij tegen me zei en ik voelde me gevleid
want het is een compliment en het is altijd leuk om complimenten te krijgen.

Ik keek hem aan en hij had een leuk gezicht.
Toch besloot ik dat het beter was niet naar dat leuke gezicht te lachen.
In plaats daarvan zei ik hem dat ik er niet van hield om in een goed huwelijk te stoken.
Het bleef stil en schuldbewust keek hij me aan
"Nee" zei ik, "ook niet in een slecht huwelijk nee".

dinsdag 25 maart 2008

Ja, ik wil

Hij wil met haar trouwen
Niets liever dan dat
Maar zij ligt in coma, al jaren
en kan haar ja-woord niet geven
Hij gaat op zijn knieën
heeft ringen en al,
liefkozende woorden
Het is maar een vraag
en wie zwijgt, stemt toch toe?
Teder pakt hij haar hand
Zij opent haar ogen, maar ziet niets
Dat is wat ze zeggen
dat zij niet hoort, noch voelt
ook niet voor hem
niet meer

maandag 24 maart 2008

Meningsverschil

Zij zei dat het zo was
"zo is het nou eenmaal"
Maar dat kon ze helemaal niet weten
En dus sprak hij haar tegen
"volgens mij hoeft dat niet per se zo te zijn"
Zoals verwacht
viel dat niet in goede aarde
Met een behendige sprong zat zij op de kast en schreeuwde:
"maar ik weet het zeker!!"
"dat denkt ze", dacht hij

zaterdag 22 maart 2008

Do try this at home

Op de eerste dag van de lente sneeuwt het.
Grote, witte vlokken dwarrelen door de lucht en vormen zich tot maagdelijke toupetjes op de hoofden van kale mannen. Ik zit met beslagen bril op mijn fiets en zie eruit als een geboggeld michelinmannetje. Over mijn dikke winterse houtje touwtje jas, draag ik allereerst een dikke, wiebelige tas en daaroverheen een poncho. In mijn schoot blijft de sneeuw geduldig liggen. Wachtend op de sneeuwbal die ik zodadelijk in elkaar zal vouwen.

Het is waternat, ik zie geen hand voor ogen en als dan mijn ketting eraf loopt, heb ik toch eigenlijk alle reden om eens flink chagrijnig te worden zou je zeggen. Een passerende lotgenoot, redt mij echter van deze ondergang. Tierend en scheldend fietst hij in pure razernij voorbij en dat roept iets vrolijks op. Sterker nog, het zet mij ertoe aan het volgende experimentje uit te voeren: Blij kijken in slecht weer!

Het valt niet mee, want vlokken vliegen je in de ogen als je ze niet dichtknijpt, zelfs een bril helpt daar niet tegen. En je lach schalt niet lekker daar zij weggevaagd wordt door het ruisen van de wind. Ook moet je je krachten bundelen om je te wapenen tegen de grillen van de natuur, hoeveel houd je dan nog helemaal over voor nevenactiviteiten?

Maar voor één gat ben ik niet te vangen en dus zet ik een muziekje op in mijn hoofd en neurie mee. De inspanning loont, het werkt door op mijn gemoed. Het getik op mijn plastic muts laat mij wegdromen naar een knus tentje op een stille Franse camping, alwaar ik laag doch droog met een boek van Ronja de Roversdochter op mijn slaapzak lig terwijl het liedje rustig door speelt. Dat deze associatie überhaupt bij me opkomt in de godvergeten zoveelste bui deze week komt zonder twijfel door mijn inspanningen om te blijven lachen.

Do try this at home!

donderdag 13 maart 2008

Nachtmerrie

Vannacht had ik een nachtmerrie
Een goeie 'gouwe ouwe' zou je kunnen zeggen
Alhoewel...
oud kan ik wel onderschrijven, maar of hij ook goud waard was?

Ik werd wakker met het angstzweet op mijn lijf
durfde me nauwelijks nog te bewegen
bang dat de man onder mijn bed het merken zou
en toe zou slaan
alsof hij daar geduldig zou blijven wachten tot ik eindelijk eens wakker werd
alsof hij daar uberhaupt na binnenkomst onder zou kruipen,
niet echt een aantrekkelijke uitgangspositie
maargoed je weet nooit hoe een koe een haas vangt

Zulke angst had ik sinds mijn kindertijd niet meer gevoeld
en toen bedacht ik me
hoe Godsgruwelijk bang we als kind eigenlijk jarenlang voor dingen zijn geweest
en hoe dapper we met z'n allen waren door die angsten steeds opnieuw weer aan te gaan
daar kan menig volwassene toch een puntje aan zuigen


zaterdag 23 februari 2008

Opmerkelijke mensen

In de stad, zaterdagmiddag.

Ik heb haar niet opgemeten, maar groter dan 1 meter 50 kan ze onmogelijk geweest zijn. Houding krom gebogen met een pittig sprekend gelaat. Stokoud, maar geen stok, nee zeker geen stok! Wel een stel goede solide schoenen aan haar verschrompelde kleine voetjes. Kordate rok tot over de knie en een fleurig, soepel dekentje om haar smalle hoofd gebonden. Trekt ze me daar heel resoluut een nasibal uit de muur. Ze verorbert hem ter plaatse.

Stukje verderop een man, alleen…met een ondefinieerbaar muziekinstrument in zijn handen. Olijke kop, vriendelijke blik. Het enthousiasme waarmee hij daar zijn muzikale talenten tentoon spreidt is ongekend. De bereidheid te delen. Het voorbij wandelende publiek neemt er de tijd niet voor, behalve…

…een klein meisje dat aan komt rennen met een parapluutje waar ze de wind in vangt. Ze struikelt bijna over haar eigen voeten en komt dan tot stilstand, vlak voor de muzikant. Als betoverd beweegt ze haar hoofd schuin, kijkt, wacht af. Na een tijdje nadert ze hem behoedzaam en gaat pal voor hem zitten. In alle rust, zonder kinderlijk ongeduld.

Tot haar moeder haar aan ene arm optrekt en vraagt of ze helemaal gek is geworden. Meegesleurd achter moeders aan, kijkt het meisje achterom. Lachend kijken de muzikant en het kind naar elkaar tot de hoek hun blikken van elkaar doet scheiden.

Een fietser rijdt over de muts van de muzikant heen. De vrijwillige bijdrage van passanten rinkelt vrolijk mee op de muziek. Een enkele omstander kijkt verbaasd naar de jongen op zijn fiets. Een zwarte man springt achterop en tikt hem op de schouder.

Ik hoor een schot en de persoon naast me neemt zijn telefoon al rappend op. Een clown maakt een koprol van de roltrap en een verbouwereerde puber krijgt een roos aangereikt van haar kersverse vriend. Twee oudjes eten samen patatjes uit een puntzak. En een van die twee ben ik.

zaterdag 9 februari 2008

Lachen om nix

In tijden niet zo gelachen!
Zo luid, lang en duidelijk dat de tranen over mijn gezicht biggelden en mijn buikspieren er spastisch van samentrokken. Een oefening waar ik niet tegenaan kan hardlopen. En hoewel ik rennen heerlijk vind, is dit toch leuker. En minstens zo gezond als ik de wetenschappers mag geloven. Het oude spreekwoord wint langzaam doch gestaag terrein. Ik heb begrepen dat in Engeland de eerste lachklinieken hun deuren onder luid gelach reeds geopend hebben en er in Amerika ziekenhuizen met ‘humorrooms’ bestaan. Mensen hebben daar al hun kennis over en ervaring met het opwekken van lachcontracties zorgvuldig samengebracht.

Ik vraag me dan toch af hoe dat in zijn werk gaat en stel me het volgende voor: een imposante verschijning staat met een olijk gezicht achter een microfoon. “Sluit uw ogen en krul langzaam de mondhoeken, begin vervolgens zachtjes te lachen”. De man, die – hoe kan het anders – gezegend is met een mooie, zwoele, lage stem, begint nu zelf ook rustig te grinniken “he he he” … “heel goed, ga door”, moedigt hij aan. “Vanuit de buik, pas op dat u niet te hoog lacht”. Hoog lachen is natuurlijk funest, dan gaan ze zitten persen terwijl lachen ongedwongen en zonder forceren dient te geschieden. Het publiek laat zich meevoeren en het gehik en gelach vult de ruimte. De trainer buldert inmiddels met wijd open mond en uitpuilende dichtgeknepen ogen midden in de microfoon. Iedereen proest het uit. Inclusief ikzelf nota bene, toeschouwer in mijn eigen gefantaseerde tafereel.

Hoe lang zou zoiets nu doorwerken? Of zou het effect van zo’n lachstuip ook weer afhankelijk zijn van hoe lang er gelachen is en hoe hard precies? Oh…en ik zou toch ook zo graag willen weten hoe die klinieken er dan van binnen uitzien? Met vrolijke kleuren natuurlijk, maar zouden ze ook fopneuzen op de muren hebben geschilderd? Speciale lichteffecten hebben aangebracht die feller gaan schijnen naarmate er harder gelachen wordt?

De sessie is ten einde en al lachend nemen de cursisten afscheid van elkaar. “Het was weer gezellig”, zeggen ze. “Ik heb serieus nog nooit zo hard gelachen”. Ze kennen elkaar nauwelijks, maar lachen zich gek samen om helemaal niets.

vrijdag 1 februari 2008

Ganzenborden

Je laadt je op
Sprokkelt moed bij elkaar
Raakt enthousiast
Zet alles op alles
Je gedrevenheid kent geen grens
Om bij de zoveelste 'second best'-boodschap het hele zorgvuldig opgebouwde roze plaatje als een grijze pudding in elkaar te zien zakken

...Solliciteren
Het lijkt een van de meest zinloze en tijdrovende bezigheden ooit
Het geeft geen enkele voldoening
Doorgaans als je je ergens voor inzet, krijg je daar op z’n minst heel iets kleins voor terug
Kwestie van reciprociteit
Maar van dit fenomeen is in de wereld der solliciterenden geen sprake
Net als bij ganzenbord word je als het een beetje tegen zit steeds weer teruggezet op het eerste vakje
Kun je weer van voren af aan beginnen met je dobbelsteen
Van geluk en lot hangt het aan elkaar
En opgeven heeft geen zin
Ook het bord omgooien niet...helaas
En dus dobbelen we geduldig verder
De weggegooide tijd en verspilde energie ten spijt

Het lichtpuntje in ogenschouw houdend
Het vuurtje brandend
Want een keer lukt het, op een regenachtige dag
En dan is al het leed als sneeuw voor de zon verdwenen
Vergeten en vergeven

zaterdag 19 januari 2008

Ik ben Stip, jij bent Stanneke

Ons moeder had ons op de mouw gespeld dat zij allergisch was voor dieren. Poezen in het bijzonder, maar elk ander huisdier was evenmin welkom bij ons. Klein en goedgelovig als wij waren, aten wij het als zoete koek. Jammer vonden we het wel en daarom bleven we zo nu en dan vragen of de allergie al over was. Net als een griepje of een ontsteking aan de grote teen, kon een allergie toch ook wel overgaan?

Driemaal dan toch boekten wij resultaat met ons aanhoudende gejammer en mochten wij een hamster. Achtereenvolgens gingen zij door het leven als: ‘witje1’, ‘witje2’ en ‘watje’. Allemaal stierven zij een vroege dood en aan ons koters lag dat niet. Dat wil zeggen, aan liefde hadden de beestjes in geen geval tekort. Over eventuele andere doodsoorzaken durf ik geen uitspraken te doen, dat kan ik simpelweg niet overzien.

Driemaal was scheepsrecht, er kwam geen vierde meer in. Zelfs niet toen ze op school tegen een spotprijs werden aangeboden door onze leraar biologie. Dat was een ware dierenvriend, hij had er immers ook geinige proefjes mee kunnen doen. Maar dat deed hij dus niet.

Inmiddels een stuk ouder en wijzer geworden, beraamden mijn grote broer en ik in het grootste geheim een waterdicht plan. We zouden de hamster stiekem kopen, houden en liefkozen. Daar hoefden onze ouders niets van te weten toch? Wat niet weet, wat niet deert. En zo verwelkomden wij ‘Stip’ in ons leven. Hij had een prachtig zelfgemaakt hok dat achter een van de schilderijen van mijn kunstzinnige broerlief stond. Veel daglicht zag hij niet nee, maar daar houden hamsters ook niet van dus dat kwam goed uit.

Er zijn gemakkelijkere geheimen om te houden, dat kan ik je wel vertellen. Dit geheim maakte geluid, vooral ’s avonds als papa een verhaaltje voor kwam lezen of mama nog een kusje voor de nacht langs kwam brengen. Ineens bleken wij minder aanhankelijk dan ooit tevoren! En allergisch, mijn broer dan, mijn moeder had nergens last van. De huisarts vond het vreemd, want dit riekte toch echt naar een dierenallergie.

Stip verhuisde naar mijn kamer, maar ik kon moeilijk ineens interesse in de macabere schilderijen van mijn broer veinzen. En dus werd ons kleine mannetje verbannen naar de kast. Overdag vond hij dat niet erg, maar ’s avonds wel en juist dan wilde ik graag slapen. Dat zul je altijd zien. Wij hadden hem een knaagbal cadeau gedaan om hem zoet te houden, maar Stip knaagde toch maar liever aan het gaas. Hij zag natuurlijk ook geen hand voor ogen daar binnenin de kast. Misschien heeft hij überhaupt wel nooit geweten dat er een knaagbal voor hem klaarlag.

Hoe dan ook, Stip is kort na de verhuizing overleden. Wij hebben hem een waardige uitvaart gegeven en missen hem nog elke dag.

maandag 14 januari 2008

Slimmigheidje van de Here

Wanneer het noodlot ons treft
Treedt een zelfbeschermingsmechanisme in werking
Om de schaapjes weer op het droge te krijgen
Prima mechanisme
Ingenieus, goed doordacht
Slimmigheidje van de Here zullen we maar zeggen

De schaapjes eenmaal weer hoog en droog
Komt het mechanisme ten val
En jij wordt eronder bedolven
Datzelfde noodlot treft je alsnog
Met het enige verschil
Dat je het nu dragen kunt
Omdat het mechanisme je gewapend heeft

En zo trokken zij ten strijde